← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2010:BM6940

09/1606 WIA Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant), tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 28 januari 2009, 08/2527 (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellant en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv). Datum uitspraak: 4 juni 2010 I. PROCESVERLOOP Namens appellant heeft mr. D.A. Harff, advocaat te Rotterdam, hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Bij schrijven van 4 februari 2010 heeft mr. A.L. Kuit, advocaat te Rotterdam, zich als opvolgend gemachtigde gesteld. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 april

  1. Appellant is bij gemachtigde mr. Kuit verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.K. Dekker. II. OVERWEGINGEN 1.
  2. De Raad gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden. 1.
  3. Appellant is in verband met lichamelijke klachten aan nek en rug als gevolg van twee auto-ongelukken op 30 januari 2006 uitgevallen als magazijnmedewerker. 1.
  4. Het inleidende beroep richt zich tegen het besluit van 13 mei 2008 dat het Uwv ter uitvoering van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) nam. Met dat besluit handhaaft het Uwv zijn besluit van 19 december 2007, waarbij het Uwv weigerde om appellant per 28 januari 2008 een WIA-uitkering toe te kennen. Het Uwv berekende de mate van arbeidsongeschiktheid op minder dan 35%.
  5. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
  6. Appellant heeft in hoger beroep zijn standpunt herhaald dat hij op de datum in geding, 28 januari 2008, volledig arbeidsongeschikt is in de zin van de wet WIA. 4.
  7. Met de rechtbank ziet de Raad onvoldoende reden om te twijfelen aan de juistheid van het verzekeringsgeneeskundige oordeel. De door appellant in hoger beroep overgelegde informatie van de GZ-psycholoog drs. M.C.J. van Rijn ziet op een latere datum. Zijn bevindingen liggen echter in lijn met de bevindingen van de door de bezwaarverzekeringsarts J. van der Stoep in zijn oordeel betrokken informatie van psychiater G. Mirri van I-Psy. De bezwaarverzekeringsarts heeft hierin aanleiding gezien apppellant meer beperkt te achten voor werkzaamheden onder stresserende omstandigheden, samenwerken en conflicthantering. 4.
  8. Aangezien de Raad tevens van oordeel is dat het Uwv de geschiktheid van appellant voor de aan schatting ten grondslag gelegde functies in voldoende mate heeft aangetoond, komt de Raad tot bevestiging van de aangevallen uitspraak. 4.
  9. De Raad acht geen termen aanwezig voor toepassing van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep, Recht doende: Bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door R.C. Stam, in tegenwoordigheid van M. Mostert als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 4 juni
  10. (get.) R.C. Stam. (get.) M. Mostert. KR

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.