← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2010:BM7027

09/4542 WAO Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante), tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 2 juli 2009, 08/575 (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellante en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv). Datum uitspraak: 7 juni 2010 I. PROCESVERLOOP Appellante heeft hoger beroep ingesteld en het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 april

  1. Appellante is niet verschenen. Het Uwv was vertegenwoordigd door mr. W.M.J. Evers. II. OVERWEGINGEN 1.1 Appellante is werkzaam geweest als administratief medewerkster voor 3,35 uren per week. Zij ontving vanaf 1995 een WAO-uitkering, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80-100%. 1.
  2. Bij besluit op bezwaar van 3 januari 2008 heeft het Uwv gehandhaafd zijn besluit van 25 juni 2007, inhoudende dat de WAO-uitkering van appellante met ingang van 21 augustus 2007 wordt ingetrokken omdat de mate van arbeidsongeschiktheid is afgenomen naar minder dan 15%.
  3. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen dat besluit ongegrond verklaard. Daartoe heeft de rechtbank overwogen dat de medische beperkingen van appellante niet zijn onderschat. De rechtbank heeft daarbij in aanmerking genomen dat appellante geen medische stukken heeft overgelegd waaruit blijkt dat haar beperkingen zijn onderschat. De rechtbank acht appellante in staat de voor haar geselecteerde functies van medewerker mutatieverwerking, vouwer en medewerkster schoonmaakdienst te verrichten. Appellantes grief dat het niveau van die functies te laag is slaagt niet gelet op de in dit verband geldende wettelijke bepalingen.
  4. In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat de verzekeringsarts een verkeerde inschatting heeft gemaakt en dat geen arbeidskundig onderzoek heeft plaats gevonden. De beslissing is gebaseerd op een fout dossier. Zij heeft chronisch letsel. De geduide functies zijn te zwaar voor haar, een toetsenbord kan zij niet bedienen. Bovendien zijn de functies onder haar niveau. 4.
  5. De Raad overweegt allereerst dat hij geen reden ziet de behandeling van de zaak (ter zitting) andermaal aan te houden. Appellante heeft niet duidelijk gemaakt waarom een nader uitstel noodzakelijk is. 4.
  6. Met betrekking tot de inhoudelijke kant overweegt de Raad het volgende. 4.
  7. Hetgeen appellante in hoger beroep heeft aangevoerd bevat in vergelijking met haar stellingname in eerste aanleg, geen nieuwe gezichtspunten en heeft de Raad niet tot een ander oordeel gebracht dan het in de aangevallen uitspraak neergelegde oordeel van de rechtbank. Het onderzoek door de (bezwaar)verzekeringsarts is zorgvuldig geweest. Er is geen reden om aan te nemen dat van een onjuist dossier is uitgegaan. Appellante is niet onder medische behandeling en heeft geen huisarts zodat er geen aanleiding was om medische informatie op te vragen. Appellante zelf heeft ook in hoger beroep geen informatie ingebracht. 4.
  8. Met betrekking tot de arbeidskundige kant van de zaak overweegt de Raad dat de geduide functies tamelijk licht van aard zijn en op het gebied van persoonlijk en sociaal functioneren geen hoge eisen stellen. De rechtbank heeft met juistheid overwogen dat appellantes grief dat het niveau van de functies te laag is niet slaagt. Nu het Uwv pas in hoger beroep middels het rapport van de bezwaararbeidsdeskundige van 1 oktober 2009 alle signaleringen in de geduide functies heeft toegelicht moeten de aangevallen uitspraak en het besluit op bezwaar van 3 januari 2008 worden vernietigd maar bestaat er aanleiding de rechtsgevolgen van dat besluit in stand te laten.
  9. Van voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten is de Raad niet gebleken. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep, Recht doende: Vernietigt de aangevallen uitspraak; Verklaart het beroep gegrond en vernietigt het besluit van 3 januari 2008; Bepaalt dat de rechtsgevolgen van dat besluit geheel in stand blijven; Bepaalt dat het Uwv het door appellante betaalde griffierecht in beroep en in hoger beroep van in totaal € 149,= vergoedt. Deze uitspraak is gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen als voorzitter in tegenwoordigheid van D.E.P.M. Bary als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 7 juni
  10. (get.) I.M.J. Hilhorst-Hagen. (get.) D.E.P.M. Bary. KR

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.