← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2010:BM8093

09/2241 CSV Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer U I T S P R A A K op het hoger beroep van: de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: appellant), tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem van 26 maart 2009, 08/1405 (hierna: aangevallen uitspraak, in het geding tussen: appellant en [betrokkene], gevestigd te [vestigingsplaats] (hierna: betrokkene). Datum uitspraak: 3 juni 2010 I. PROCESVERLOOP Appellant heeft hoger beroep ingesteld. Namens betrokkene is door [B.] FB, een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 oktober

  1. Voor appellant is verschenen mr. M. Verdonk, werkzaam bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. Betrokkene is eveneens verschenen. II. OVERWEGINGEN
  2. De Raad gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden, ontleend aan de gedingstukken waarvan met name het rapport van de Belastingdienst van 23 mei 2007, opgemaakt na een bij betrokkene ingesteld boekenonderzoek. 1.
  3. [B.] exploiteert een belastingadvies- en administratiekantoor als zelfstandige sinds
  4. In 1996 is die praktijk gaan werken onder de handelsnaam [handelsnaam] is een oud-studiegenoot van [B.] die naast zijn eigen belastingadviespraktijk ook werkzaamheden voor de belastingadviespraktijk van [B.] verricht sinds
  5. De achtergrond van de inzet van [J.] is dat betrokkene een capaciteitsprobleem heeft in zijn onderneming. Betrokkene is opgericht in 1996 met als enig aandeelhouder/directeur [B.]. Het personeel is in dienst van betrokkene. De werkzaamheden worden door [J.] verricht voor klanten van betrokkene onder de eindverantwoordelijkheid van [B.]. De werkzaamheden worden zowel op het kantoor van betrokkene, als bij [J.] thuis als bij de cliënten van betrokkene verricht. [J.] factureert zijn werkzaamheden op uurbasis. Hierbij maakt [J.] gebruik van de technische en personele infrastructuur van de onderneming van betrokkenen. De werkzaamheden bestaan onder meer uit het doen van aangiften inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, omzetbelasting, het bijwonen van gesprekken bij cliënten van betrokkene bij controles van de Belastingdienst en het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. [J.] maakt gebruik gemaakt van het beconnummer van betrokkene, zoals ter zitting door [B.], desgevraagd is verklaard. 1.
  6. Naar aanleiding van een looncontrole door de Belastingdienst bij betrokkene heeft appellant aan betrokkene - voor zover hier van belang - correctienota’s over de premiejaren 2002 tot en met 2005 opgelegd. Hierbij heeft appellant zich op het standpunt gesteld dat [J.] werkzaamheden voor betrokkene heeft verricht in een privaatrechtelijke dienstbetrekking als bedoeld in artikel 3 van de sociale werknemersverzekeringswetten. Het bezwaar tegen deze correctienota’s is bij besluit van 28 december 2007 ongegrond verklaard. 1.
  7. Betrokkene heeft het standpunt van appellant bestreden en gesteld dat er van een gezagsverhouding tussen haar en [J.] geen sprake is.
  8. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van betrokkene gegrond verklaard en geoordeeld dat [J.] niet in een gezagsverhouding tot betrokkene staat, doch dat sprake is van gelijkwaardigheid in de uitoefening van het beroep van belastingadviseur.
  9. Appellant heeft de uitspraak van de rechtbank dat geen sprake is van een gezagsverhouding gemotiveerd bestreden.
  10. De Raad overweegt het volgende. 4.
  11. De omstandigheid dat [J.] ook een eigen adviespraktijk heeft acht de Raad voor zijn oordeelsvorming niet van doorslaggevende betekenis. [J.] werkt immers in de praktijk van betrokkene voor de cliënten van betrokkene. Voorop staan bij de beoordeling van de onderhavige arbeidsverhouding de feiten en omstandigheden waaronder [J.] voor betrokkene werkzaam was. Uit de feiten komt het beeld naar voren dat de werkzaamheden van [J.] geheel zijn ingebed in de bedrijfsvoering van betrokkene. [J.] maakt naast de bedrijfsruimte van betrokkene ook gebruik van de resultaten van werkzaamheden van werknemers van betrokkene voor zijn werkzaamheden, ter bediening van cliënten van betrokkene. [J.] heeft weliswaar een bijzondere positie in de onderneming van betrokkene in die zin dat hij zijn werkzaamheden in het algemeen feitelijk zonder aanwijzingen van betrokkene zal verrichten. Dit neemt echter niet weg dat in het geval dat betrokkene, indien hij meent dat dit noodzakelijk is, aan [J.] aanwijzingen kan geven die hij dient op te volgen. In dit verband is ook niet zonder betekenis dat [J.] voor zijn werkzaamheden bij de Belastingdienst het beconnummer van betrokkene gebruikt. 4.
  12. De omstandigheid dat [J.] in de bedrijfsnaam van betrokkene voorkomt kan in het licht van het onder 4.1 overwogene geen doorslaggevend gewicht hebben bij de beoordeling van de vraag of sprake is van een gezagsverhouding tussen betrokkene en [J.]. In dit verband is ook van belang dat [J.] op uurbasis voor zijn werkzaamheden declareert en geen financieel belang heeft in de onderneming van betrokkene.
  13. Het hiervoor overwogene brengt mee dat de aangevallen uitspraak niet in stand kan blijven en de Raad, doende hetgeen de rechtbank had behoren te doen, het beroep van betrokkene ongegrond zal verklaren.
  14. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep; Recht doende: Vernietigt de aangevallen uitspraak; Verklaart het beroep tegen het besluit van 28 december 2007 ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door R.C. Schoemaker als voorzitter, in tegenwoordigheid van M.C.T.M. Sonderegger als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 3 juni
  15. (get.) R.C. Schoemaker. (get.) M.C.T.M. Sonderegger. Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH ’s-Gravenhage) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen inzake het begrip kring van verzekerden. AV

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.