← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2010:BM9535

09/5049 AOW-V Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer U I T S P R A A K als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van: [Appellant] wonende te Marokko (hierna: appellant), tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 10 juli 2008, 07/3227 (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellant en de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb) Datum uitspraak: 10 juni 2010 I. PROCESVERLOOP Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet van 10 november 2009 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard. Tegen de uitspraak van 10 november 2009 heeft appellant verzet gedaan. Het verzet is behandeld ter zitting van 29 april

  1. Appellant heeft zich laten vertegenwoordigen door [B]. De Svb is, met voorafgaand bericht, niet verschenen. II. OVERWEGINGEN De Raad ziet zich allereerst, ambtshalve, gesteld voor de vraag naar de ontvankelijkheid van het verzet. Een afschrift van de uitspraak van de Raad van 10 november 2009 is bij aangetekende brief van 12 november 2009 aan appellant verzonden. De laatste dag waarop tijdig een verzetschrift kon worden ingediend, was 24 december
  2. Het verzetschrift, gedateerd 28 januari 2009 (lees: 2010), is ontvangen op 5 februari
  3. Daarmee staat vast dat het verzetschrift niet tijdig is ingediend. Bij brief van 3 maart 2010 is appellant gevraagd naar de reden van de termijnoverschrijding. Bij brief van 17 maart 2010 heeft appellant geantwoord dat hij in die tijd ernstig ziek was. Ter onderbouwing daarvan heeft hij een door een arts ondertekend “certificat medical”, gedateerd 2 oktober 2009, bijgevoegd. Daarin is vermeld dat appellant in verband met “un traitement” niet in staat is om te werken in de periode van 2 oktober 2010 (lees: 2009) tot 30 december 2010 (lees: 2009). In de brief van appellant van 17 maart 2010 is verder vermeld dat appellant een andere persoon had gemachtigd om namens hem een verzetschrift in te dienen en dat die persoon heeft nagelaten dit te doen. De Raad ziet hierin geen grond voor het oordeel dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is. Kennelijk was de - niet gespecificeerde - aard van de behandeling niet zodanig dat appellant gedurende de gehele verzetstermijn niet in staat was zijn belangen te behartigen. Dat de door hem ingeschakelde persoon verzuimd heeft een verzetschrift in te dienen, komt voor rekening en risico van appellant. Dit betekent dat het verzet niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep; Recht doende: Verklaart het verzet niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van R. Groothuis als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 10 juni
  4. (get.) T.G.M. Simons. (get.) R. Groothuis. AV

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.