← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2010:BM9715

08/3716 WWB Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant), tegen de uitspraak van de rechtbank Almelo van14 mei 2008, 07/1271 (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellant en het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Enschede (hierna: College) Datum uitspraak: 29 juni 2010 I. PROCESVERLOOP Namens appellant heeft mr. B. Mor-Yazir, advocaat te Utrecht, hoger beroep ingesteld. Het College heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 april

  1. Appellant is niet verschenen. Het College heeft zich laten vertegenwoordigen door M.P.M. Spoolder, werkzaam bij de gemeente Enschede. II. OVERWEGINGEN
  2. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden. 1.
  3. Appellant heeft op 22 maart 2007 bij het College een aanvraag ingediend op grond van de Overbruggingsregeling uitgeprocedeerde ‘oude wetters’ met kinderen jonger dan 18 jaar (hierna: Overbruggingsregeling). 1.
  4. Bij besluit van 1 mei 2007 heeft het College deze aanvraag afgewezen. 1.
  5. Bij besluit van 24 september 2007 heeft het College het bezwaar tegen het besluit van 1 mei 2007 ongegrond verklaard.
  6. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 24 september 2007 ongegrond verklaard.
  7. Appellant heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen deze uitspraak gekeerd.
  8. De Raad komt tot de volgende beoordeling. 4.
  9. De Raad stelt vast dat de aangevallen uitspraak ziet op de afwijzing van de aanvraag op grond van de Overbruggingsregeling. 4.
  10. In artikel 37, eerste lid, van de Wet op de Raad van State is onder meer bepaald dat een belanghebbende bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State hoger beroep kan instellen tegen een uitspraak van de rechtbank als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), tenzij tegen die uitspraak hoger beroep kan worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep of het College van Beroep voor het bedrijfsleven of het gerechtshof. 4.
  11. Ingevolge artikel 18, eerste lid, aanhef en onder b, van de Beroepswet kan - voor zover hier van belang - een belanghebbende bij de Raad beroep instellen tegen een uitspraak van de rechtbank inzake een besluit, genomen op grond van een wettelijk voorschrift dat is opgenomen in de bijlage bij de Beroepswet. 4.
  12. De Raad stelt vast dat Overbruggingsregeling niet is opgenomen in de onder 4.3 bedoelde bijlage bij de Beroepswet. Dat betekent dat hij niet bevoegd is over de aangevallen uitspraak te oordelen. Het hoger beroepschrift zal met toepassing van artikel 6:15, eerste lid, van de Awb worden doorgezonden naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
  13. De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep; Recht doende: Verklaart zich onbevoegd. Deze uitspraak is gedaan door J.J.A. Kooijman als voorzitter en A.B.J. van der Ham en N.M. van Waterschoot als leden, in tegenwoordigheid van N.M. van Gorkum als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 29 juni
  14. (get.) J.J.A. Kooijman. (get.) N.M. van Gorkum. AV

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.