09/5641 BESLU en 09/5643 BESLU Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer U I T S P R A A K op het verzoek om schadevergoeding van: [Betrokkene], wonende te [woonplaats] (hierna: betrokkene), met als partijen: betrokkene en de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie) (hierna: Staat) en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv). Datum uitspraak: 2 juli 2010 I. PROCESVERLOOP Betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 18 januari 2008, 05/3447, in het geding tussen betrokkene en het Uwv. Bij uitspraak van 9 oktober 2009 (08/1548) heeft de Raad uitspraak gedaan op dit hoger beroep. Daarbij heeft de Raad bepaald dat het onderzoek onder de in de aanhef van deze uitspraak genoemde nummers wordt heropend ter voorbereiding van een nadere uitspraak over het verzoek van betrokkene om schadevergoeding met betrekking tot de mogelijke overschrijding van de redelijke termijn, bedoeld in artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM), en heeft de Raad naast het Uwv de Staat aangemerkt als partij in die procedure. Namens de Staat heeft mr. E.C. Gijselaar, advocaat te ’s-Gravenhage, in deze procedure een schriftelijke uiteenzetting gegeven. Het Uwv heeft eveneens een reactie ingezonden. Namens betrokkene heeft mr. M. Vaessen, advocaat te Utrecht, daarop schriftelijk gereageerd. Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna hij het onderzoek heeft gesloten. II. OVERWEGINGEN
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.