09/6547 BESLU + 09/6548 BESLU Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer U I T S P R A A K op het verzoek om schadevergoeding van: [betrokkene], wonende te [woonplaats] (hierna: betrokkene), met als partijen: betrokkene en de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie) (hierna: Staat). Datum uitspraak: 14 juli 2010 I. PROCESVERLOOP Betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraken van de rechtbank Amsterdam van 5 augustus 2004, 02/5601 en 7 december 2005, 05/1183 in het geding tussen betrokkene en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv). Bij uitspraak van 6 januari 2010 (04/5085 + 06/590) heeft de Raad uitspraak gedaan op dit hoger beroep. Daarbij heeft de Raad bepaald dat het onderzoek wordt heropend ter voorbereiding van een nadere uitspraak over het verzoek van betrokkene om schadevergoeding met betrekking tot de mogelijke overschrijding van de redelijke termijn, bedoeld in artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM), en heeft de Raad de Staat (de minister van Justitie) aangemerkt als partij in die procedure. Namens de Staat heeft mr. P.H. Banda, werkzaam bij de Raad voor de Rechtspraak, in deze procedure een schriftelijke uiteenzetting gegeven. Namens betrokkene heeft mr. H. Stoppelenburg, advocaat te Amsterdam, daarop schriftelijk gereageerd. Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna hij het onderzoek heeft gesloten. II. OVERWEGINGEN
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.