← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2010:BN3504

09/6417 WAO Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [Appellante] wonende te [woonplaats] (hierna: appellante), tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 16 oktober 2009, 08/2502 (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellante en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv). Datum uitspraak: 6 augustus 2010 I. PROCESVERLOOP Namens appellante heeft mr. D. Gürses, advocaat te Utrecht, hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 juni

  1. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. Gürses en K. Manuelyan, die fungeerde als tolk. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigd door mr. R.M.H. Rokebrand. II. OVERWEGINGEN
  2. De rechtbank heeft op grond van de in de aangevallen uitspraak weergegeven overwegingen het beroep van appellante gericht tegen het besluit van 18 juli 2008 waarbij het Uwv, beslissend op bezwaar, heeft gehandhaafd het besluit de WAO-uitkering van appellante per 6 mei 2008 in te trekken – ongegrond verklaard. 2.
  3. Appellante heeft in hoger beroep geen gronden ingediend die niet reeds in beroep zijn ingediend. De rechtbank heeft deze gronden op juiste wijze uitvoerig besproken. In de in hoger beroep op deze gronden gegeven nadere toelichting heeft de Raad geen aanknopingspunten gevonden om tot een ander oordeel dan de rechtbank te komen. De Raad kan zich geheel vinden in de door de bezwaarverzekeringsarts S. Groeneveld en de bezwaararbeidsdeskundige C.P. van Wijk uitgebrachte rapportages van 27 januari 2010 en 3 februari 2010, waarin de nadere toelichting in hoger beroep wordt besproken. 2.
  4. De door appellante in hoger beroep ingebrachte nadere medische informatie, afkomstig van GGZ psycholoog drs. M. Bagci, gedateerd 19 februari 2010 en 11 juni 2010, ondersteunt het door appellante in beroep en in hoger beroep ingenomen standpunt niet omdat deze informatie niet ziet op de datum in geding. Deze informatie doet daarom niet af aan het door de rechtbank gegeven oordeel over de door het Uwv per de datum in geding voor appellante vastgestelde beperkingen. De Raad verwijst in dit verband nog naar de rapportages van de bezwaarverzekeringsarts van 4 maart 2010 en 22 juni
  5. 2.
  6. Evenmin als de rechtbank ziet de Raad aanleiding appellante te doen onderzoeken door een deskundige. De hiervoor noodzakelijke twijfel aan de volledigheid en juistheid van de door het Uwv vastgestelde medische situatie van appellante per 6 mei 2008 en de hieruit per die datum voor haar voortvloeiende beperkingen ontbreekt. 2.
  7. Uit het vorenstaande vloeit voort dat het hoger beroep faalt en dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd. 2.
  8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen grond. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep, Recht doende: Bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door J. Brand, in tegenwoordigheid van T.J. van der Torn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 6 augustus
  9. (get.) J. Brand. (get.) T.J. van der Torn. RK

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.