← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2010:BN3791

09/4185 AOW Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [appellante], wonende te [woonplaats], België (hierna: appellante), tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 3 juli 2009, 08/3403 (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellante en de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb). Datum uitspraak: 11 augustus 2010 I. PROCESVERLOOP Namens appellante heeft mr. M.J.E.M. Edelmann, advocaat te Breda, hoger beroep ingesteld. De Svb heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 juni

  1. Appellante is verschenen bij haar gemachtigde mr. Edelmann. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M. Zuidersma-Hovers. II. OVERWEGINGEN
  2. De Svb heeft appellante (geboren [in] 1943) bij besluit van 26 februari 2008 op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW) vanaf februari 2008 een pensioen toegekend. Daarbij heeft de Svb een korting toegepast van 24% op de grond dat appellante vanaf 16 december 1995, na haar verhuizing naar België, niet verzekerd is geweest. Het bezwaar van appellante hiertegen heeft de Svb bij besluit van 25 juli 2008 (hierna: besluit op bezwaar) ongegrond verklaard.
  3. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit op bezwaar ongegrond verklaard. 3.
  4. In hoger beroep heeft appellante evenals in beroep in hoofdzaak aangevoerd dat zij erop heeft mogen vertrouwen dat zij net als haar echtgenoot met terugwerkende kracht is toegelaten tot de vrijwillige verzekering voor de AOW, zodat de Svb ten onrechte een korting op het aan haar toegekende pensioen heeft toegepast. 3.
  5. De Raad onderschrijft de ter zake door de rechtbank in de aangevallen uitspraak gebezigde overwegingen en maakt deze geheel tot de zijne. In aanvulling daarop overweegt de Raad alleen nog dat de Svb op een niet ongeloofwaardige wijze heeft ontkend dat het originele aanvraagformulier van 29 november 2001, waarbij door appellante is verzocht om tot de vrijwillige verzekering te worden toegelaten, door de Svb ontvangen is. Uit het enkele feit dat een aanvraag is verzonden, kan niet worden afgeleid dat die aanvraag door het bevoegde orgaan is ontvangen en ingewilligd. Appellante kan aan de verzending van de aanvraag van 29 november 2001, nog daargelaten of er gronden zouden zijn geweest om die aanvraag in te willigen, dus niet het te honoreren vertrouwen hebben ontleend dat op haar pensioen geen korting wegens niet verzekerde jaren wordt toegepast. Temeer niet nu de Svb bij brief van 14 november 2001 uitdrukkelijk aan appellante had meegedeeld dat een verzoek om haar toe te laten tot de vrijwillige verzekering voor de AOW niet kon worden gehonoreerd.
  6. Gelet op het vorenstaande slaagt het hoger beroep van appellante niet. De aangevallen uitspraak zal daarom worden bevestigd.
  7. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep; Recht doende: Bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door M.M. van der Kade als voorzitter en H.J. Simon en J.L.P.G. van Thiel als leden, in tegenwoordigheid van J.M. Tason Avila als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 11 augustus
  8. (get.) M.M. van der Kade. (get.) J.M. Tason Avila. Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH ’s-Gravenhage) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen inzake het begrip kring van verzekerden. EV

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.