← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2010:BN5815

09/4781 WAO Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant), tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 16 juli 2009, 08/5242 (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellant en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv). Datum uitspraak: 1 september 2010 I. PROCESVERLOOP Namens appellant heeft mr. J.P. Vandervoodt, advocaat te Rotterdam, hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 augustus

  1. Appellant is verschenen bijgestaan door zijn gemachtigde mr. C. van de Kuilen, kantoorgenoot van mr. Vandervoodt. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. H. van Wijngaarden. II. OVERWEGINGEN 1.
  2. Voor een overzicht van de in dit geding relevante feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak. De Raad volstaat hier met het volgende. 1.
  3. Het Uwv heeft appellant met ingang van 27 november 2002 in aanmerking gebracht voor een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) laatstelijk berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. 1.
  4. Bij besluit van 10 juli 2008 heeft het Uwv de WAO-uitkering van appellant met ingang van 11 september 2008 herzien naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%. 1.
  5. Bij besluit van 12 november 2008 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellant tegen dit besluit ongegrond verklaard.
  6. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank was daarbij van oordeel dat het medisch onderzoek niet onvolledig of anderszins onzorgvuldig is geweest en heeft geen aanleiding gezien voor de conclusie dat de FML onvolledig of onjuist is. De rechtbank was voorts van oordeel dat appellant in staat moest worden geacht de geduide functies te verrichten.
  7. Appellant herhaalt in hoger beroep zijn in beroep aangevoerde grond dat onvoldoende rekening is gehouden met zijn psychische klachten. Hij acht zich daardoor ook niet in staat twee van de geselecteerde functies, te weten die van wikkelaar en elektronicamonteur, te verrichten. 4.
  8. De Raad ziet geen reden anders te oordelen dan de rechtbank heeft gedaan. De Raad onderschrijft de door de rechtbank gegeven overwegingen en maakt deze tot de zijne. De Raad merkt in dit verband op dat appellant ook in hoger beroep geen medische onderbouwing heeft gegeven voor zijn standpunt dat hij als gevolg van zijn psychische klachten beperkt is in psychisch en sociaal functioneren. Evenmin is gebleken dat hij ten tijde van de datum in geding voor deze klachten onder behandeling stond. Het enkel overleggen van adresgegevens - uit Wikipedia - van I-Psy is daartoe onvoldoende. De Raad is ook overigens niet gebleken dat de door de verzekeringsartsen vastgestelde belastbaarheid onjuist geacht moet worden. De herziening van de WAO-uitkering per 23 juli 2009 naar 65 tot 80% is in dit verband niet van belang aangezien deze een andere datum betreft. 4.
  9. Uitgaande van de juistheid van de in de FML opgenomen beperkingen acht de Raad, gelet op de in de arbeidskundige rapportage van 4 juli 2008 en notities functiebelasting van 24 juni 2008 gegeven toelichting op de signaleringen bij de geselecteerde functies, genoegzaam aannemelijk dat deze functies in medisch opzicht geschikt zijn voor appellant.
  10. Het voorgaande leid de Raad tot de conclusie dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
  11. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep, Recht doende: Bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst, in tegenwoordigheid van T.J. van der Torn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 1 september
  12. (get.) Ch. van Voorst. (get.) T.J. van der Torn. EV

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.