← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2010:BN5934

10/478 TRP Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante), tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 15 december 2009, 09/1181 (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellante en de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb). Datum uitspraak: 3 september 2010 I. PROCESVERLOOP Appellante heeft hoger beroep ingesteld. De Svb heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 juli

  1. Appellante is daarbij niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.F. Sturmans. II. OVERWEGINGEN 1.
  2. Bij besluit van 27 november 2007 heeft de Svb aan appellante medegedeeld dat zij niet in aanmerking komt voor een eenmalige uitkering op basis van de Tijdelijke regeling eenmalige tegemoetkoming pensioenverevening bij echtscheiding (TRP). 1.
  3. Bij beslissing op bezwaar van 21 januari 2008 heeft de Svb het door appellante gemaakte bezwaar tegen het besluit van 27 november 2007 ongegrond verklaard. 2.
  4. Op 23 april 2009 heeft de zoon van appellante namens zijn moeder een brief geschreven aan de rechtbank Amsterdam. Via de Sociale verzekeringsbank en de rechtbank Maastricht is deze brief op 17 augustus 2009 als beroepschrift bij de rechtbank Roermond binnengekomen. 2.
  5. Bij brief van 25 augustus 2009 heeft de rechtbank appellante gevraagd naar de redenen van het overschrijden van de beroepstermijn. Namens appellante is hierop bij een door de rechtbank ontvangen brief van 16 september 2009 gereageerd. 2.
  6. In de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank overwogen dat uit de reactie van appellante op de brief van 25 augustus 2009 niet is gebleken van feiten of omstandigheden op grond waarvan voor het achterwege laten van niet-ontvankelijkverklaring wegens de gestelde overschrijding van de beroepstermijn aanleiding zou kunnen bestaan. Het beroep is mitsdien niet-ontvankelijk verklaard.
  7. De Raad overweegt als volgt. 3.
  8. Voor zover appellante met haar brief van 23 april 2009 beroep heeft willen instellen tegen het besluit van 21 januari 2008, stelt de Raad vast dat dit beroepschrift na afloop van de beroepstermijn, eindigend op 3 maart 2008, is ingediend. Een na afloop van die termijn ingediend beroepschrift wordt niet-ontvankelijk verklaard, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener van het beroepschrift in verzuim is geweest. Evenals de rechtbank is de Raad niet gebleken van feiten of omstandigheden die aanleiding kunnen zijn de overschrijding van de beroepstermijn verschoonbaar te achten. Appellante heeft ook in hoger beroep geen gronden aangedragen die voor de onderhavige beoordeling van belang zijn. 3.
  9. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen slaagt het hoger beroep niet, zodat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.
  10. De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep, Recht doende: Bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door T.L. de Vries, in tegenwoordigheid van A.L. de Gier als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 3 september
  11. (get.) T.L. de Vries. (get.) A.L. de Gier. EV

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.