← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2010:BN6062

09/3479 Algem Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [Appellante] gevestigd te [vestigingsplaats] (hierna: appellante), tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 13 mei 2009, 08/1533 (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellante en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv) Datum uitspraak: 4 augustus 2010 I. PROCESVERLOOP Namens appellante heeft mr. R.H. van Maarseveen, werkzaam bij Meeuwsen Ten Hoopen Belastingadviseurs B.V. te Bussum, hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 mei

  1. Namens appellante is mr. Van Maarseveen verschenen. Het Uwv is, na voorafgaand bericht, niet verschenen. II. OVERWEGINGEN
  2. Voor een uitgebreider overzicht van de feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak. De Raad volstaat hier met het volgende. 1.
  3. Het Uwv heeft naar aanleiding van een looncontrole aan appellante correctienota’s d.d. 14 december 2007 opgelegd over de premiejaren 2002 tot en met
  4. Hieraan ligt ten grondslag het standpunt van het Uwv dat F. [J.], W.J. [T.], K.C.A. [P.] en B.J. [G.] verplicht verzekerd zijn ingevolge de sociale werknemersverzekeringswetten. Deze personen zijn middels hun persoonlijke vennootschappen directeur van appellante. Allen hebben middellijk 10% van de aandelen. Het restant van de aandelen - 60% - is in handen van de [naam Stichting]. Het aandelenbezit van genoemde stichting is gecertificeerd en W.J. [T.], K.C.A. [P.] en B.J. [G.] bezitten ieder een gelijk deel van de certificaten die de stichting heeft uitgegeven. Het bestuur van de stichting wordt gevormd door voornoemde vier personen. Op grond van de statuten van de stichting heeft ieder bestuurslid het recht tot het uitbrengen van één stem. De bestuursleden kunnen derhalve in die hoedanigheid middellijk 25% van het stemrecht op de certificaten uitoefenen. 1.
  5. Het bezwaar tegen de correctienota’s is bij besluit van 21 april 2008 ongegrond verklaard.
  6. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 21 april 2008 ongegrond verklaard.
  7. Appellant heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen deze uitspraak gekeerd. Appellant blijft van mening dat op grond van artikel 2, eerste lid, aanhef en onder c, van de Regeling aanwijzing directeur-grootaandeelhouder, Stcrt. 1997, 248 en Stcrt. 2002, 37 (hierna: de Regeling) onder directeur-grootaandeelhouder die bestuurders verstaan moeten worden die in de algemene vergadering van de vennootschap allen een gelijk of nagenoeg gelijk aantal stemmen kunnen uitbrengen. Bij alle vier genoemde betrokkenen is dit het geval. Niet in geschil is overigens dat deze vier personen tegen hun wil in kunnen worden ontslagen.
  8. De Raad komt tot de volgende beoordeling. 4.
  9. De Raad stelt voorop dat artikel 2, eerste lid, aanhef en onder c, van de Regeling een uitzondering bevat op de algemene regel dat, indien men minderheidsaandeelhouder is, men onvoldoende zeggenschap heeft om geen gezagsverhouding aanwezig te achten. Dit betekent dat dit artikel restrictief dient te worden uitgelegd en toegepast. De bepaling ziet naar het oordeel van de Raad op situaties waarin het aandelenbezit gelijkelijk over alle bestuurders is verdeeld, hetgeen meebrengt dat sprake is van een gelijkwaardig economisch belang in de vennootschap. Die situatie doet zich in dit geval, gelet op de feiten, niet voor. 4.
  10. Het feit dat ieder bestuurslid van de stichting feitelijk het stemrecht kan uitoefenen terzake van 25% van de aandelen kan naar het oordeel van de Raad in het licht van het hiervoor overwogene, geen betekenis hebben. 4.
  11. Het hoger beroep slaagt derhalve niet, zodat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.
  12. De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep; Recht doende: Bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door R.C. Schoemaker als voorzitter en R. Kooper en J.F. Bandringa als leden, in tegenwoordigheid van J.M. Tason Avila als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 4 augustus
  13. (get.) R.C. Schoemaker. (get.) J.M. Tason Avila. JvS

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.