← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2010:BN7167

09/2561 WAO Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant), tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 31 maart 2009, 08/1261 (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellant en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv). Datum uitspraak: 15 september 2010 I. PROCESVERLOOP Appellant heeft hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 juni

  1. Appellant is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door drs. P.M. Klootwijk. II. OVERWEGINGEN
  2. Appellant is voor zijn werk van chauffeur en planner uitgevallen met psychische klachten. Laatstelijk is hem bij besluit van het Uwv van 4 mei 2007 een WAO-uitkering toegekend, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Bij dat besluit is deze uitkering ingetrokken met ingang van 23 april
  3. Het bezwaar van appellant tegen het besluit van 4 mei 2007, inhoudende de intrekking van zijn uitkering met ingang van 23 april 2007, is bij besluit van 31 januari 2008 ongegrond verklaard. De besluiten van 4 mei 2007 en 31 januari 2008 berusten op een verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek, onderscheidenlijk heronderzoek.
  4. De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen het besluit van 31 januari 2008, in welk beroep medische en arbeidskundige gronden zijn aangevoerd, gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit geheel in stand blijven.
  5. In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat hij geen chauffeurswerk meer mag doen. Hij heeft jarenlang chauffeurswerk gedaan in plusminus 35 uur per week in vaste, regelmatige diensten en dat ging goed. In de toekomst wil hij dat werk wellicht weer gaan doen, aldus appellant.
  6. De Raad komt tot de volgende beoordeling. 4.
  7. Naar aanleiding van het beroepschrift van appellant heeft de bezwaararbeidsdeskundige van het Uwv in een rapport van 14 april 2008 een aanvullende toelichting gegeven op de passendheid van de door het Uwv via het Claim Beoordelings- en Borgingssysteem geselecteerde arbeidsmogelijkheden van appellant. De rechtbank heeft de functiebelasting van die arbeidsmogelijkheden vergeleken met de door de verzekeringsarts opgestelde Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). De rechtbank heeft daarbij geconstateerd dat op het formulier Resultaat Functiebeoordeling signaleringen voorkomen. De rechtbank acht de door de bezwaararbeidsdeskundige gegeven toelichting met betrekking tot de functie van chauffeur/besteller binnen sbc-code 282101 (chauffeur bijzonder vervoer, bestel-/personenwagen) niet toereikend. De rechtbank heeft overwogen dat appellant in de FML beperkt is geacht in werktijden in die zin dat sprake moet zijn van een regelmaat in het arbeidspatroon. De bezwaararbeidsdeskundige heeft in zijn rapport van 31 januari 2008 toegelicht dat er geen sprake is van wisselende arbeidstijden in die functie. Dit komt volgens de rechtbank niet overeen met hetgeen in de arbeidsmogelijkhedenlijst van 21 februari 2007 is vermeld, namelijk dat sprake is van wisselende diensten. Voorts is binnen dezelfde sbc-code bij de functie van chauffeur-bezorger vermeld dat geen sprake is van wisselende diensten, maar wordt gewerkt van maandag tot en met vrijdag en zaterdag, voor- en namiddag, avond en structureel 's nachts. De rechtbank is op basis daarvan niet voldoende overtuigd dat bij de functies binnen sbc-code 282101 sprake is van regelmaat in het arbeidspatroon, en is daarom ook niet overtuigd van de geschiktheid van appellant voor deze functies. 4.
  8. De stelling van appellant dat de rechtbank heeft geoordeeld dat hij geen chauffeurswerk meer mag doen berust op een onjuiste lezing van de aangevallen uitspraak. Chauffeursfuncties waarbij, anders dan de rechtbank oordeelde dat het geval was in de door haar besproken chauffeursfuncties, wel in een regelmatig arbeidspatroon kan worden gewerkt, bijvoorbeeld in een vast aantal uren overdag, kunnen wel in medische zin geschikt zijn voor appellant. 4.
  9. Overigens onderschrijft de Raad het resultaat van de toetsing die de rechtbank heeft verricht met betrekking tot de medische kant van de onderhavige besluitvorming. Ook de uitkomst van de toetsing die de rechtbank heeft verricht met betrekking tot de medische geschiktheid van de desbetreffende functies wordt door de Raad onderschreven. 4.
  10. Hetgeen is overwogen in 4.1 tot en met 4.3 leidt ertoe dat de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, zal worden bevestigd.
  11. De Raad ziet geen aanleiding voor de veroordeling van een der partijen in de proceskosten. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep; Recht doende: Bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door T. Hoogenboom, in tegenwoordigheid van M.A. van Amerongen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 15 september
  12. (get.) T. Hoogenboom. (get.) M.A. van Amerongen. TM

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.