09/5372 AWBZ Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant), tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 17 augustus 2009, 08/4480 (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellant en Stichting Centrum Indicatiestelling Zorg te Driebergen-Rijsenburg (hierna: CIZ). Datum uitspraak: 22 september 2010 I. PROCESVERLOOP Namens appellant heeft mr. drs. E.C. Spiering, werkzaam bij SRK Rechtsbijstand te Zoetermeer, hoger beroep ingesteld. CIZ heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 augustus
- Appellant heeft zich niet laten vertegenwoordigen. CIZ heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. N. Benedictus. II. OVERWEGINGEN
- De Raad gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden. 1.
- Appellant, geboren in 2005, lijdt aan het epilepsiesyndroom Dravet en heeft een ontwikkelingsachterstand. In verband met de verzorging en verpleging van appellant hebben zijn ouders op grond van het bepaalde bij en krachtens de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (hierna: AWBZ) op 21 november 2007 bij CIZ een aanvraag ingediend voor een indicatie voor onder meer verpleging, ondersteunende begeleiding en activerende begeleiding. 1.
- Bij brief van 1 februari 2008 heeft de vader van appellant aan CIZ meegedeeld: “Ik geef u geen toestemming voor het opvragen van medische informatie over [naam zoon] bij behandelenden artsen. Ik geef u alleen toestemming om enkel bij Dr. L.Th.J.M. van Veldhoven, huisarts om daar u vragen te stellen.” 1.
- Bij besluit van 5 februari 2008 heeft CIZ de aanvraag van appellant afgewezen, omdat de medisch adviseur geen volledig onderzoek naar de medische situatie van appellant heeft kunnen verrichten, nu de ouders van appellant toestemming voor het opvragen van de noodzakelijke medische gegevens bij andere behandelende artsen dan de huisarts hebben geweigerd. 1.
- Op 12 mei 2008 heeft de vader van appellant een toestemmingsverklaring voor het opvragen van medische informatie bij de behandelend neuroloog dr. W.B. Gunning ondertekend, waarna de medisch adviseur van CIZ bij brief van 3 juni 2008 medische informatie heeft opgevraagd bij het Epilepsiecentrum Heeze te Heeze. Bij brief van 24 juli 2008 heeft dr. W.B. Gunning de vragen van de medische adviseur beantwoord. 1.
- Bij besluit van 11 november 2008 heeft CIZ het bezwaar tegen het besluit van 5 februari 2008 gedeeltelijk gegrond verklaard en een indicatie gegeven van ondersteunende en activerende begeleiding. Het verzoek om vergoeding van de kosten in verband met de behandeling van het bezwaar heeft CIZ afgewezen, omdat de ouders van appellant alleen toestemming hebben gegeven voor het opvragen van medische gegevens bij de huisarts, terwijl de medisch adviseur informatie van een behandelend specialist noodzakelijk achtte om tot een indicatie te kunnen komen.
- Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 11 november 2008 voor zover dat betrekking heeft op de kosten in verband met de behandeling van het bezwaar, ongegrond verklaard. De rechtbank heeft overwogen dat er voor CIZ aanleiding bestond om nadere gegevens op te vragen nu de aangeleverde informatie niet (heel) recent was, het een jong kind betreft en CIZ moest kunnen vaststellen of de zorg onder de Zorgverzekeringswet of de AWBZ zou komen te vallen. Er is sprake van een onrechtmatig primair besluit, maar dit is CIZ niet toe te rekenen. De ouders van appellant hebben in de primaire fase nagelaten de vereiste nadere gegevens te verstrekken daar zij hebben nagelaten een (ongeclausuleerde) medische machtiging af te geven.
- Appellant heeft zich in hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak gekeerd. Kort samengevat is aangevoerd dat van CIZ verlangd kon worden dat alleen op schrift gestelde vragen aan de behandelaar van appellant zouden worden voorgelegd. Het is op basis van het Zorgindicatiebesluit niet mogelijk telefonisch informatie in te winnen. Voorts heeft appellante aangevoerd dat uit jurisprudentie over artikel 7:457 van het Burgerlijk Wetboek (BW) blijkt dat toestemming om informatie in te winnen gericht moet zijn op bepaalde informatie; ongeclausuleerde toestemming kan niet worden gevergd.
- De Raad komt tot de volgende beoordeling. 4.
- In artikel 7:15, tweede lid, eerste volzin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is bepaald, voor zover hier van belang, dat de kosten die de belanghebbende in verband met de behandeling van het bezwaar redelijkerwijs heeft moeten maken, door het bestuursorgaan uitsluitend worden vergoed voor zover het bestreden besluit wordt herroepen wegens aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid. 4.
- In artikel 4:2, tweede lid, van de Awb is neergelegd dat de aanvrager de gegevens en bescheiden verschaft die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen. 4.
- Artikel 7 van het Zorgindicatiebesluit luidt:
- Bij het onderzoek wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van gegevens die bij de aanvraag zijn gevoegd of tijdens het onderzoek ter beschikking zijn gesteld.
- Indien daartoe aanleiding bestaat, worden de behandelende beroepsbeoefenaren van de zorgvrager tijdens het onderzoek geraadpleegd.
- Het gebruik maken van gegevens als bedoeld in het eerste lid en het raadplegen van behandelende beroepsbeoefenaren als bedoeld in het tweede lid geschiedt slechts met toestemming van de zorgvrager. 4.
- Nu het besluit van 5 februari 2008 is herroepen, dient dit als een onrechtmatig besluit te worden aangemerkt. Bij een inhoudelijk onjuist primair besluit is de verwijtbaarheid van het bestuursorgaan een gegeven, tenzij het aan betrokkene is te wijten dat dit onrechtmatige primaire besluit is afgegeven. 4.
- Van dit laatste is sprake. Naar het oordeel van de Raad heeft CIZ zich terecht op het standpunt gesteld dat er in de onderhavige situatie aanleiding bestond om over de medische situatie van appellant bij de behandeld specialist informatie op te vragen ten einde een zorgvuldige zorgindicatie te kunnen stellen. Uit de door de vader van appellant opgestelde en naar CIZ verzonden brief van 1 februari 2008 heeft de Raad afgeleid dat de ouders van appellant in de primaire fase überhaupt geen toestemming hebben verleend voor het opvragen van informatie bij andere behandelende artsen dan de huisarts. Onder deze omstandigheden is het aan appellant te wijten dat het onrechtmatig primaire besluit is genomen. Dat van CIZ naar de mening van appellant verlangd kan worden dat de vraagstelling aan behandelend artsen schriftelijk en - gelet op het bepaalde in artikel 7:457 van het BW - niet ongeclausuleerd kan worden voorgelegd kan niet afdoen aan het feit dat de ouders van appellant in de primaire fase ook niet voor het opvragen van bepaalde schriftelijke informatie toestemming hebben verleend zoals zij tijdens de bezwaarfase wel hebben gedaan. 4.
- De Raad komt daarmee evenals de rechtbank tot de slotsom dat - gelet op hetgeen onder 4.4 en 4.5 is overwogen - de kosten die appellant in verband met de behandeling van zijn bezwaar redelijkerwijs heeft moeten maken terecht niet voor vergoeding in aanmerking zijn gebracht. 4.
- De aangevallen uitspraak komt voor bevestiging in aanmerking. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep; Recht doende: Bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door G.M.T. Berkel-Kikkert, in tegenwoordigheid van B. Bekkers als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 22 september
- (get.) G.M.T. Berkel-Kikkert. (get.) B. Bekkers. SB