← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2010:BO2838

09 / 6172 WW Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant), tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 28 oktober 2009, 09/2344 (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellant en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv). Datum uitspraak: 3 november 2010 I. PROCESVERLOOP Namens appellant heeft mr. I.P.M.J. Nelemans, advocaat te Tilburg, hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 oktober

  1. Appellant en zijn gemachtigde zijn, met bericht, niet verschenen. Namens het Uwv is L. den Hartog verschenen. II. OVERWEGINGEN
  2. Appellant heeft een aanvraag gedaan om een uitkering op grond van de Werkloosheidswet (WW). Bij besluit van 2 februari 2009 heeft het Uwv de WW-uitkering per 4 augustus 2008 blijvend geheel geweigerd. Appellant heeft daartegen bezwaar gemaakt. Bij besluit van 7 mei 2009 (bestreden besluit) heeft het Uwv het eerder ingenomen standpunt gehandhaafd.
  3. Appellant heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit, welk beroep bij de aangevallen uitspraak ongegrond is verklaard. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het Uwv de WW-uitkering terecht blijvend geheel geweigerd omdat appellant door eigen toedoen geen passende arbeid heeft behouden.
  4. Ter zitting van de Raad heeft de gemachtigde van het Uwv het eerder ingenomen standpunt niet langer gehandhaafd. Het Uwv is thans van mening dat het onderzoek onvoldoende zorgvuldig is geweest en dat het bestreden besluit niet kan worden gedragen door de daaraan ten grondslag gelegde motivering. Het bestreden besluit kan derhalve niet in stand blijven. Het hoger beroep slaagt daarom en het Uwv zal opnieuw op het bezwaar van appellant dienen te beslissen. Daarbij zal het Uwv tevens dienen te beslissen op het verzoek om vergoeding van de kosten van rechtsbijstand in bezwaar.
  5. Er is aanleiding voor een veroordeling van het Uwv in de proceskosten van appellant, welke worden begroot op € 322,-- in beroep en € 437,-- in hoger beroep, in totaal derhalve € 759,--. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep; Recht doende: Vernietigt de aangevallen uitspraak; Verklaart het beroep gegrond en vernietigt het bestreden besluit; Bepaalt dat het Uwv opnieuw op het bezwaar van appellant beslist; Veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellant van tot een bedrag van € 759,--; Bepaalt dat het Uwv appellant het door hem betaalde griffierecht van in totaal € 151,-vergoedt. Deze uitspraak is gedaan door G.A.J. van den Hurk als voorzitter en H.G. Rottier en M. Greebe als leden, in tegenwoordigheid van A.L. de Gier als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 3 november
  6. (get.) G.A.J. van den Hurk. (get.) A.L. de Gier. JL

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.