← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2010:BO7200

09/1883 ZW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante), tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem van 26 februari 2009, 08/5245 (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellante en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv). Datum uitspraak: 8 december 2010 I. PROCESVERLOOP Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 oktober

  1. Appellante is verschenen, bijgestaan door S. Boonstra, wonende te Assendelft. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door E.C. van der Meer. II. OVERWEGINGEN
  2. Appellante is van begin september 2002 tot 17 november 2004 als caissière werkzaam geweest bij [werkgever] te [vestigingsplaats]. Zij heeft zich op 6 december 2007 vanuit een situatie waarin zij een werkloosheidsuitkering ontving wegens rug- en nekklachten ziek gemeld.
  3. Bij brief van 15 mei 2008 is appellante vanwege het Uwv in kennis gesteld van een besluit, waarbij aan haar met ingang van 22 mei 2008 geen ziekengeld meer is toegekend, omdat zij op en na deze datum niet meer ongeschikt werd geacht tot het verrichten van haar arbeid.
  4. Bij besluit van 28 juli 2008 (hierna: het bestreden besluit) is het bezwaar van appellante tegen voormeld besluit ongegrond verklaard.
  5. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Naar het oordeel van de rechtbank is sprake geweest van een zorgvuldig en volledig onderzoek door de verzekeringsartsen en geven de door appellante in geding gebrachte medische gegevens geen aanleiding tot twijfel aan het oordeel van de verzekeringsartsen. De rechtbank heeft verder in aanmerking genomen dat een arbeidsdeskundige een werkplekonderzoek heeft verricht, zodat niet kan worden gezegd dat de bezwaarverzekeringsarts niet tot een zorgvuldige beoordeling van de geschiktheid van appellante voor haar werk heeft kunnen komen. 5.
  6. De Raad verenigt zich met het oordeel van de rechtbank en onderschrijft de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen. 5.
  7. Hetgeen appellante in hoger beroep heeft aangevoerd, vormt geen reden voor een ander oordeel. De Raad verwijst in dit verband naar het commentaar van de bezwaarverzekeringsarts van 4 juni 2009 en 14 september
  8. Volgens de bezwaarverzekeringsarts kan de in januari 2009 bij appellante gevonden goedaardige tumor niet haar klachten verklaren, terwijl het haar op 4 september 2009 overkomen hartinfarct een acute wijziging betreft van haar gezondheidstoestand die niet van belang is voor de beoordeling van haar belastbaarheid op de datum in geding, 22 mei
  9. Dat de gezondheidstoestand van appellante inmiddels door andere klachten is verslechterd, zoals appellante in haar brief van 3 september 2010 vermeldt, is eveneens voor dit geding niet van belang.
  10. Uit hetgeen is overwogen onder 5.1 en 5.2 volgt dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
  11. De Raad acht geen gronden aanwezig voor een proceskostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep, Recht doende: Bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst, in tegenwoordigheid van M. Mostert als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 8 december
  12. (get.) Ch. van Voorst. (get.) M. Mostert. CVG

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.