← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2010:BO7213

10/2405 ZW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante), tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 22 maart 2010, 09/1423 (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellante en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv). Datum uitspraak: 8 december 2010 I. PROCESVERLOOP Namens appellante heeft mr. A.T. Bosch, werkzaam bij Achmea Rechtsbijstand te Tilburg, hoger beroep ingesteld en daarbij een verklaring van de huisarts T.M.W. Verdijk van 2 april 2010 en van de psychiater P.J. van Loon van 15 april 2010 overgelegd. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend, met als bijlage een rapport van de bezwaarverzekeringsarts J.L.E. Tjon-A-Sam van 3 juni

  1. De gemachtigde van appellante heeft een aanvullende verklaring van voornoemde huisarts van 10 juni 2010 overgelegd, waarop het Uwv met een rapport van de voornoemde bezwaarverzekeringsarts van 2 juli 2010 heeft gereageerd. Desgevraagd heeft het Uwv nog een medisch onderzoeksverslag van 5 maart 2009 van de bedrijfsarts K.Z. Krajewski-Singerling overgelegd. Namens appellante is nog een brief van de psychiater P.J. van Loon van 14 oktober 2010 in het geding gebracht, waarop het Uwv met een rapport van de bezwaarverzekeringsarts Tjon-A-Sam van 15 oktober 2010 heeft gereageerd. Dit heeft de gemachtigde van appellante een schriftelijke reactie van 19 oktober 2010 ontlokt, met daarbij een brief van de psychiater Van Loon van dezelfde datum. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 oktober
  2. Appellante is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door A.M.M. Schalkwijk. II. OVERWEGINGEN
  3. Het gaat in dit geding om de beantwoording van de vraag of de rechtbank bij de aangevallen uitspraak terecht het beroep tegen het besluit op bezwaar van 15 april 2009 (hierna: bestreden besluit) ongegrond heeft verklaard. Bij het bestreden besluit heeft het Uwv het bezwaar tegen het besluit van 5 maart 2009, waarmee appellante per 12 maart 2009 uitkering ingevolge de Ziektewet (ZW) is geweigerd omdat zij door de voornoemde arts Krajewski-Singerling geschikt werd geacht voor haar werk als verzorgende, niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.
  4. De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak vastgesteld dat appellante de voor het instellen van het bezwaar gestelde termijn van twee weken niet in acht heeft genomen. Vervolgens heeft de rechtbank gelet op artikel 6:11 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) beoordeeld of niet-ontvankelijkverklaring achterwege kan blijven omdat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante in verzuim is geweest. De rechtbank heeft de vraag of appellante in de periode van 6 maart tot en met 19 maart 2009 buiten staat is geweest haar belangen in genoegzame mate te (doen) behartigen ontkennend beantwoord. Naar het oordeel van de rechtbank kan uit de overgelegde (medische) stukken en het verhandelde ter zitting niet worden afgeleid, dat appellante om medische redenen buiten staat was om tijdig (voorlopig) bezwaar te maken dan wel iemand in haar naaste omgeving, bijvoorbeeld haar echtgenoot, te vragen dat voor haar te doen. De rechtbank heeft hiervoor in de verklaringen van haar behandelend psychiater (Van Loon), die meldde dat appellante lijdt aan een depressieve stoornis met psychotische overschrijding, en haar huisarts (Verdijk), mede gezien de rapporten van de bezwaarverzekeringsartsen van 24 juli 2009 en 7 februari 2010, geen aanknopingspunten gevonden.
  5. De Raad oordeelt als volgt. 3.
  6. De Raad verenigt zich met het oordeel van de rechtbank en stelt zich achter de hiervoor weergegeven overwegingen van de rechtbank in de aangevallen uitspraak. Hetgeen daartegen in hoger beroep naar voren is gebracht en is ondersteund met nadere medische verklaringen van de huisarts Verdijk en de psychiater Van Loon leidt de Raad, mede gezien de reactie daarop van de bezwaarverzekeringsarts Tjon-A-Sam, niet tot een ander oordeel. De bezwaarverzekeringsarts Tjon-A-Sam en de gemachtigde van het Uwv ter zitting hebben onweersproken gesteld, dat appellante zich wel tijdig tot het CWI heeft gewend voor het aanvragen van een werkloosheidsuitkering en daarmee in de hier relevante periode wel in staat bleek haar belangen te behartigen. De Raad onderschrijft deze conclusie. 3.
  7. Het hiervoor onder 3.1 overwogene leidt de Raad tot de slotsom dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.
  8. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb inzake de vergoeding van proceskosten. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep; Recht doende: Bevestigt de aangevallen uitspraak. Aldus gegeven door Ch. van Voorst, in tegenwoordigheid van M. Mostert als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 8 december
  9. (get.) Ch. van Voorst. (get.) M. Mostert. IvR

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.