← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2010:BO7472

10/2306 WAO Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante), tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 24 maart 2010, 09/4435 (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellante en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv). Datum uitspraak: 15 december 2010 I. PROCESVERLOOP Namens appellante is hoger beroep ingediend. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 november

  1. Namens appellante is verschenen mr. W.G. Poiesz, advocaat. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.J.F. Bär. II. OVERWEGINGEN 1.
  2. Voor een overzicht van de in dit geding relevante feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak. De Raad volstaat hier met het volgende. 1.
  3. Ter uitvoering van de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 8 april 2009 heeft het Uwv bij besluit van 19 juni 2009 (hierna: het bestreden besluit) het bezwaar van appellante tegen het besluit van 2 augustus 2005 gegrond verklaard, in zoverre dat appellante met ingang van 8 april 2005 in aanmerking wordt gebracht voor een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%.
  4. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft daarbij het medisch oordeel van de bezwaarverzekeringsarts onderschreven en heeft voorts geoordeeld dat appellante in staat moest worden geacht de geduide functies te verrichten.
  5. Appellante herhaalt in hoger beroep haar in beroep aangevoerde grond dat het Uwv ten onrechte geen verdergaande urenbeperking heeft aangenomen. Voorts heeft appellante aangevoerd dat het bestreden besluit onzorgvuldig tot stand is gekomen, omdat haar werkgever niet op de hoogte is gehouden van de onderhavige besluitvorming en haar hierdoor niet heeft kunnen bijstaan bij haar re-integratie. 4.
  6. De Raad oordeelt als volgt. 4.
  7. De Raad ziet geen reden anders te oordelen dan de rechtbank heeft gedaan. De Raad onderschrijft de door de rechtbank gegeven overwegingen en maakt deze tot de zijne. Naar het oordeel van de Raad heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat de bezwaarverzekeringsarts op basis van het op verzoek van de rechtbank uitgebrachte deskundigenrapport van psychiater drs. R. Thomassen van 27 augustus 2008 en zijn nadere brief van 21 november 2008 terecht een urenbeperking van maximaal 4 uur per dag en 20 uur per week heeft aangenomen. Evenals de rechtbank ziet de Raad geen aanknopingspunten dat de deskundige met de urenbeperking een geleidelijke opbouw heeft beoogd waarbij gestart moet worden met een minder aantal uren per dag tot het maximum aangegeven aantal van 4 uur per dag. 4.
  8. Voorts ziet de Raad in de stelling van appellante dat haar werkgever niet is betrokken bij de onderhavige besluitvorming, geen aanleiding te oordelen dat er sprake is van een zorgvuldigheidsgebrek aan het bestreden besluit. 4.
  9. Uitgaande van de juistheid van de met betrekking tot appellante vastgestelde medische beperkingen is de Raad voorts met de rechtbank van oordeel dat de functies die aan de schatting ten grondslag liggen, gelet op de daaraan verbonden belastende aspecten, als voor appellante in medisch opzicht geschikt dienen te worden aangemerkt. 4.
  10. Uit het vorenstaande volgt dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
  11. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep, Recht doende: Bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst, in tegenwoordigheid van D.E.P.M. Bary als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 15 december
  12. (get.) Ch. van Voorst (get.) D.E.P.M. Bary RH

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.