09/284 ZW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante), tegen de uitspraak van de rechtbank Zutphen van 28 november 2008, 08/438 (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellante en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv). Datum uitspraak:15 december 2010 I. PROCESVERLOOP Namens appellante heeft mr. A.C. Cornelisse, advocaat te Apeldoorn, hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 3 november
- Appellante en haar gemachtigde zijn met voorafgaand bericht niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.W.A. Blind. II. OVERWEGINGEN 1.
- De aan appellante toegekende uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) is met ingang van 26 oktober 2003 ingetrokken, omdat zij geschikt werd geacht voor passende functies waarmee het verlies aan verdiencapaciteit minder dan 15% bedroeg. Nadien heeft zij hervat in de functie van caissière voor 16 uur per week, waarvoor zij in maart 2004 in verband met psychische klachten is uitgevallen en per 1 juni 2004 weer hersteld is verklaard. Nadien zijn er nog diverse ziekmeldingen geweest wegens dezelfde ziekte-oorzaak. Op 24 september 2007 heeft appellante zich, vanuit de situatie dat zij een uitkering ingevolge de Werkloosheidswet ontving, opnieuw ziek gemeld met psychische klachten en klachten van vermoeidheid, maagzweer, last van maag en darmen, slechte concentratie en slecht slapen. 1.
- Appellante is op 19 november 2007 gezien op het spreekuur van de verzekeringsarts A.R. Heitkönig, die appellante na eigen onderzoek per 25 november 2007 geschikt heeft geacht voor de in het kader van de WAO geduide functies en haar eigen werk als caissière omdat de spanningsklachten al jaren bestaan en geen sprake is van toename van beperkingen. Op basis hiervan heeft het Uwv bij besluit van 21 november 2007 aan appellante meegedeeld dat zij vanaf 25 november 2007 geen recht (meer) heeft op ziekengeld. 1.
- Bij besluit van 4 februari 2008 (hierna: bestreden besluit) is het bezwaar van appellante tegen het besluit van 21 november 2007, onder verwijzing naar de rapportage van de bezwaarverzekeringsarts A. Laros van 4 februari 2008, ongegrond verklaard.
- Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante ongegrond verklaard. Daartoe heeft de rechtbank overwogen dat het medisch onderzoek voldoende zorgvuldig is geweest en dat ook anderszins niet is gebleken dat het Uwv de gezondheidssituatie van appellante niet juist heeft ingeschat. Daarbij heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat zowel de verzekeringsarts als de bezwaarverzekeringsarts eigen onderzoek hebben verricht in de vorm van spreekuurcontact en dat de bezwaarverzekeringsarts de ontvangen medische informatie, afkomstig van de huisarts van appellante, heeft laten meewegen in zijn beoordeling. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het Uwv op juiste gronden met ingang van 25 november 2007 aan appellante een verdere uitkering krachtens de ZW geweigerd.
- In hoger beroep heeft appellante, onder verwijzing naar hetgeen zij reeds in beroep heeft aangevoerd, gesteld dat zij zich ten gevolge van haar vermoeidheidsklachten slecht kan concentreren en somber en emotioneel is. Zij is van mening dat op het moment van de ziekmelding per 24 september 2007 sprake was van een toename van haar klachten en beperkingen, waardoor zij niet in staat is arbeid te verrichten. Volgens appellante heeft de bezwaarverzekeringsarts onvoldoende rekening gehouden met de door hem verkregen informatie en heeft hij onvoldoende rekening gehouden met de bij haar bestaande beperkingen.
- De Raad, oordelend over hetgeen appellante tegen de aangevallen uitspraak heeft aangevoerd, overweegt het volgende. 4.
- Hetgeen appellante in hoger beroep heeft aangevoerd vormt een herhaling van de gronden die zij reeds in eerste aanleg heeft aangevoerd. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank en de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen. Ook naar het oordeel van de Raad is het medisch onderzoek door de verzekeringsarts en de bezwaarverzekeringsarts voldoende zorgvuldig geweest. Op basis van dossierstudie, eigen onderzoek en met verkregen informatie van de behandelend sector heeft de bezwaarverzekeringsarts geconcludeerd dat de klachten waarmee appellante zich heeft ziek gemeld niet nieuw zijn en dat zij in het kader van de WAO geschikt is bevonden voor passende arbeid. De bezwaarverzekeringsarts heeft geen aanknopingspunten gevonden om per datum in geding wegens psychische klachten meer beperkingen aan te nemen. Hij heeft dan ook het standpunt van de verzekeringsarts onderschreven dat appellante op de datum in geding geschikt is voor haar arbeid. Gelet op de verkregen medische gegevens heeft de bezwaarverzekeringsarts naar het oordeel van de Raad in zijn rapportage van 4 februari 2008 voldoende overtuigend en op inzichtelijke wijze onderbouwd om welke reden(en) er geen aanleiding is tot het wijzigen van het eerder ingenomen standpunt dat appellante vanaf 25 november 2007 in staat wordt geacht tot het verrichten van haar arbeid. Nu appellante haar in hoger beroep herhaalde standpunt, dat haar klachten van dien aard zijn dat zij niet in staat is haar arbeid te verrichten, niet met nadere medische gegevens heeft onderbouwd, ziet de Raad geen aanleiding tot een andersluidend oordeel te komen. Evenmin ziet de Raad aanleiding om een deskundige te benoemen, zoals door appellante verzocht. 4.
- Uit hetgeen is overwogen onder 4.1 volgt dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
- De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep, Recht doende: Bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door C.P.J. Goorden, in tegenwoordigheid van M.D.F. de Moor als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 15 december
- (get.) C.P.J. Goorden. (get.) M.D.F. de Moor. EK