09/5902 ZW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante), tegen de uitspraak van de rechtbank Zutphen van 23 september 2009, 09/371 (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellante en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv). Datum uitspraak: 15 december 2010 I. PROCESVERLOOP Namens appellante heeft mr. C.A. Boeve, advocaat te Putten, hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 november
- Appellante is verschenen bij gemachtigde mr. Boeve. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door J.G.M. Huijs II. OVERWEGINGEN 1.
- Bij besluit van 2 september 2008 heeft het Uwv appellante meegedeeld dat zij met ingang van 25 november 2004 geen recht heeft op een uitkering ingevolge de Ziektewet. 1.
- Bij faxbericht van 13 oktober 2008 is namens appellante tegen dit besluit bezwaar gemaakt zonder vermelding van de gronden daarvan. Het Uwv heeft bij brief van 14 oktober 2008 aan de gemachtigde van appellante meegedeeld het bezwaarschrift van 13 oktober 2008 te hebben ontvangen. Vervolgens heeft het Uwv appellante bij brief van 13 november 2008 in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken na dagtekening van deze brief alsnog de gronden van het bezwaar in te dienen. In deze brief is tevens meegedeeld dat indien appellante niet tijdig reageert het bezwaar niet-ontvankelijk kan worden verklaard. De termijn liep af op 11 december
- 1.
- Bij besluit van 28 januari 2009 (hierna: het bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar tegen het besluit van 2 september 2008 niet-ontvankelijk verklaard om reden dat binnen de gestelde termijn de gronden van het bezwaar niet zijn ontvangen.
- In beroep heeft appellante - kort samengevat - aangevoerd dat de gronden tijdig per fax op 9 december 2008 aan het Uwv zijn verzonden.
- De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Daartoe heeft zij - summier samengevat - overwogen dat het overgelegde bewijs van faxverzending geen enkele informatie bevat, anders dan de vermelding van het aantal pagina’s, over de inhoud van het betreffende faxbericht. Naar het oordeel van de rechtbank is onder deze omstandigheden onvoldoende aannemelijk gemaakt dat op 9 december 2008 de gronden van het bezwaar per fax zijn ingediend.
- De Raad overweegt als volgt. 4.
- Volgens vaste jurisprudentie van de Raad is het indienen van gronden door middel van een faxbericht op zichzelf aan te merken als een toelaatbare wijze van verzending. De aan deze wijze van verzending verbonden risico’s dienen voor rekening van de verzender te komen. Dat brengt mee dat, als door de geadresseerde wordt gesteld dat het verzonden faxbericht niet is ontvangen, het op de weg van de verzender ligt de verzending aannemelijk te maken. Indien de verzender de verzending aannemelijk heeft gemaakt, ligt het op de weg van de geadresseerde om de ontvangst van het faxbericht op een niet ongeloofwaardige wijze te ontkennen. 4.
- De Raad is van oordeel dat de gemachtigde van appellante de verzending van het aanvullend bezwaarschrift per fax van 9 december 2008 voldoende aannemelijk heeft gemaakt. Blijkens de in beroep overgelegde verzendbevestiging is dit faxbericht op 9 december 2008 verzonden naar een faxnummer dat bij het Uwv in gebruik is en blijkt uit de mededeling “resultaat OK” dat het bericht daadwerkelijk is verstuurd. 4.
- De Raad dient vervolgens de vraag te beantwoorden of het Uwv de ontvangst van het faxbericht van 9 december 2008 op een niet ongeloofwaardige wijze heeft ontkend. De Raad beantwoordt deze vraag ontkennend. De Raad stelt hierbij voorop dat van de zijde van het Uwv is erkend dat de bewuste fax is verzonden naar een faxnummer dat in gebruik is bij de afdeling bezwaar en beroep van het Uwv, zij het niet voor onderhavige zaken. Ook het voorlopige bezwaarschrift is op vorenbedoeld faxnummer ontvangen. Het Uwv heeft verder niet een ontvangstjournaal overgelegd waaruit zou kunnen blijken dat op 9 december 2008 geen faxbericht van de gemachtigde van appellante is ontvangen, dan wel een faxbericht dat betrekking heeft op een andere zaak. Het vorenstaande in aanmerking genomen is de Raad van oordeel dat – hoewel aannemelijk is dat het Uwv bij correspondentie per fax een vaste procedure volgt waarbij een fax meteen voor ontvangst wordt geboekt en wordt doorgeleid naar de betreffende behandelaar – niet kan worden gezegd dat het Uwv door enkel navraag te doen bij de behandelaar van het bezwaarschrift en bij andere medewerkers van de afdeling bezwaar en beroep op niet ongeloofwaardige wijze heeft ontkend dat het faxbericht van 9 december 2008 is ontvangen.
- Uit hetgeen is overwogen onder 4.1 tot en met 4.3 volgt dat de aangevallen uitspraak en het bestreden besluit, dat daarbij in stand is gelaten, moeten worden vernietigd.
- De Raad acht termen aanwezig om op grond van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) het Uwv te veroordelen in de proceskosten van appellante in beroep en in hoger beroep. Deze kosten worden begroot op € 644,- voor verleende rechtsbijstand in beroep en op € 874,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep, in totaal € 1.518,-. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep, Recht doende: Vernietigt de aangevallen uitspraak; Verklaart het beroep tegen het bestreden besluit gegrond en vernietigt dat besluit; Bepaalt dat het Uwv een nieuw besluit op bezwaar neemt met inachtneming van deze uitspraak van de Raad; Veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellante in beroep en in hoger beroep tot een bedrag groot € 1.518,-, te betalen door het Uwv; Bepaalt dat het Uwv aan appellante het betaalde griffierecht van € 149,- vergoedt. Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst, in tegenwoordigheid van D.E.P.M. Bary als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 15 december
- (get.) Ch. van Voorst. (get.) D.E.P.M. Bary. IvR