10/2290 ZVW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [appellante], wonende te [woonplaats], (hierna: appellante) tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 4 maart 2010, 09/5387, (hierna: aangevallen uitspraak) in het geding tussen appellante en het Centraal Administratiekantoor B.V. (hierna: CAK) Datum uitspraak: 22 december 2010 I. PROCESVERLOOP Namens appellante heeft S.A.E. Vancraeynest, werkzaam bij SRK Rechtsbijstand te Zoetermeer, hoger beroep ingesteld. CAK heeft een verweerschrift ingediend. Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld op de zitting van 1 december 2010, waar partijen - met bericht van verhindering - niet zijn verschenen. II. OVERWEGINGEN
- De Raad gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden. 1.
- Appellante heeft op 8 december 2008 bij CAK een aanvraag ingediend om compensatie van het eigen risico voor het jaar 2008, als bedoeld in artikel 118a van de Zorgverzekeringwet (Zvw). 1.
- Bij besluit van 28 januari 2009 heeft CAK de aanvraag van appellante afgewezen. Zij heeft daartoe overwogen dat appellante niet voldoet aan de ingevolge de Zvw geldende voorwaarden om de compensatie eigen risico te ontvangen. 1.
- Bij besluit van 11 maart 2009 heeft CAK het bezwaar van appellante tegen het besluit van 28 januari 2009 ongegrond verklaard. CAK heeft zich, voor zover van belang, op het standpunt gesteld dat appellante in 2006 niet in een farmaceutische kostengroep (FKG) is ingedeeld, aangezien in dat jaar niet meer dan 180 standaard dagdoseringen van de werkzame stof fluvoxamine zijn afgeleverd. CAK heeft daaruit geconcludeerd dat appellante niet in aanmerking komt voor de compensatie eigen risico 2008 en de afwijzing van de onder 1.1 genoemde aanvraag gehandhaafd. CAK heeft afgezien van het houden van een hoorzitting, omdat het bezwaar van appellante kennelijk ongegrond is.
- Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het besluit van 11 maart 2009 - onder vergoeding van griffierecht - ongegrond verklaard. Daarbij heeft de rechtbank geoordeeld dat appellante in het jaar 2006 niet voldeed aan de voorwaarden voor toekenning van de gevraagde compensatie eigen risico, aangezien zij in dat jaar 150 standaard dagdoseringen van de werkzame stof fluvoxamine heeft gedeclareerd. Het feit dat uit de door appellante overgelegde afleverhistorie blijkt dat aan haar op 22 december 2005 60 stuks Fluvoxamine zijn afgeleverd, waarvan zij in 2006 nog gebruik heeft gemaakt, brengt volgens de rechtbank niet mee dat aan het wettelijk criterium om in aanmerking te komen voor compensatie van het eigen risico is voldaan. Bij het bepalen van de vraag of een verzekerde kan worden ingedeeld in een FKG is naar het oordeel van de rechtbank slechts de hoeveelheid afgeleverde medicijnen doorslaggevend. 3.
- Appellante heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen de aangevallen uitspraak gekeerd. Zij heeft zich op het standpunt gesteld dat CAK haar bezwaar ten onrechte ongegrond heeft verklaard en dat zij, nu zij in 2006 meer dan 180 standaard dagdoseringen heeft gebruikt, wel degelijk de gevraagde compensatie eigen risico dient te ontvangen. 3.
- CAK heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Naar de mening van CAK is bij het vaststellen van het recht op compensatie eigen risico het criterium ‘afgeleverde hoeveelheid medicijnen’ bepalend, waarbij bovendien voldaan moet zijn aan het vereiste van ‘meer dan 180 standaard dagdoseringen’. Nu aan appellante in 2006 150 standaard dagdoseringen zijn afgeleverd, komt zij niet in aanmerking voor de gevraagde compensatie.
- De Raad komt tot de volgende beoordeling. 4.
- De Raad stelt vast dat niet in geschil is dat appellante in 2007 was ingedeeld in een FKG. Partijen zijn slechts verdeeld over de vraag of CAK terecht heeft geoordeeld dat appellante in het jaar 2006 niet in een FKG is ingedeeld, omdat aan haar in dat jaar niet meer dan 180 standaard dagdoseringen zijn afgeleverd. 4.
- Zoals de Raad reeds eerder heeft geoordeeld - zie bijvoorbeeld de uitspraak van 9 november 2010, LJN BO3785 - is voor de beoordeling van het recht op compensatie eigen risico bepalend, of een verzekerde in de twee opvolgende jaren voorafgaande aan het jaar waarop de uitkering betrekking heeft, is ingedeeld in bij ministeriële regeling aangewezen FKG’s, dan wel op 1 juli van het jaar waarop de uitkering betrekking heeft, zonder onderbreking meer dan een half jaar in een AWBZ-instelling heeft verbleven. Met de rechtbank en CAK is de Raad van oordeel dat een verzekerde in een bepaald jaar in een FKG dient te worden ingedeeld, indien aan hem in dat jaar meer dan 180 standaard dagdoseringen van een relevant geneesmiddel zijn afgeleverd. De Raad vindt voor dit oordeel steun in de Nota van toelichting bij het Besluit Zorgverzekering (van 28 juni 2005, Stb. 2005, 389, p.53). 4.
- De Raad stelt op grond van de gedingstukken vast dat aan appellante ten tijde in geding Fluvoxamine is voorgeschreven en dat aan haar in 2006 300 tabletten van 50 mg zijn afgeleverd. De Raad stelt tevens vast dat de standaard dagdosering van de werkzame stof fluvoxamine 100mg bedraagt. Aldus is de Raad - met de rechtbank en CAK - van oordeel dat aan appellante in 2006 ((300x50)/100=) 150 standaard dagdoseringen zijn afgeleverd. 4.
- Nu niet is voldaan aan de voorwaarde dat aan appellante zowel in 2006 als in 2007 meer dan 180 standaard dagdoseringen van de werkzame stof fluvoxamine zijn afgeleverd, heeft CAK de aanvraag van appellante om de compensatie eigen risico terecht en op goede gronden afgewezen. Het standpunt van appellante dat zij in 2006 wel degelijk meer dan 180 standaard dagdoseringen heeft gebruikt, doet hieraan niet af, nu - zoals reeds onder 4.2 is overwogen - bij de beoordeling van de vraag of een verzekerde in aanmerking komt voor de compensatie eigen risico niet het gebruik, maar het aantal afgeleverde standaard dagdoseringen van de werkzame stof bepalend is. 4.
- Het hoger beroep slaagt niet, zodat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.
- De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep; Recht doende: Bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door R.M. van Male, in tegenwoordigheid van J.R.K.A.M. Waasdorp als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 22 december
- (get.) R.M. van Male. (get.) J.R.K.A.M. Waasdorp.