← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2010:BO9033

09/5792 WAO Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant), tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 11 september 2009, 09/677 (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellant en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv). Datum uitspraak: 24 december 2010 I. PROCESVERLOOP Namens appellant heeft mr. D.A. Harff, advocaat te Rotterdam, hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Bij brief van 12 februari 2010 heeft mr. A.L. Kuit, advocaat te Rotterdam, zich als opvolgend gemachtigde gesteld. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 november

  1. Appellant is met kennisgeving niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.K. Dekker. II. OVERWEGINGEN 1.
  2. Bij besluit van 8 juli 2005 heeft het Uwv de uitkering van appellant ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), welke laatstelijk werd berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%, met ingang van 8 september 2005 ingetrokken, onder de overweging dat de mate van appellants arbeidsongeschiktheid met ingang van laatstgenoemde datum minder dan 15% was. 1.
  3. Het tegen het besluit van 8 juli 2005 gemaakte bezwaar is bij besluit van 14 januari 2009 (hierna: bestreden besluit) gegrond verklaard, waarbij het Uwv de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant per 8 september 2005 heeft vastgesteld op 25 tot 35%.
  4. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit gegrond verklaard, dit besluit vernietigd doch bepaald dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven. Naar het oordeel van de rechtbank slaagt niet de grond van appellant, dat, nu het Uwv een eerder bezwaar tegen intrekking van zijn WAO-uitkering met ingang van 8 september 2005 gegrond heeft verklaard, hij onverminderd recht heeft op een WAO-uitkering, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%. Daartoe heeft de rechtbank - samengevat - overwogen dat het Uwv het primaire besluit van 8 juli 2005 niet heeft herroepen. Naar het oordeel van de rechtbank zijn voorts gerechtvaardigde verwachtingen gewekt dat de WAO-uitkering ongewijzigd zou blijven.
  5. In hoger beroep betoogt appellant, evenals in beroep, dat hij met ingang van 8 september 2005 in aanmerking komt voor een WAO-uitkering, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%. 4.
  6. De Raad overweegt als volgt. 4.
  7. De tegen de aangevallen uitspraak aangevoerde grond slaagt niet. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank en de overwegingen waarop dat oordeel is gebaseerd. De Raad voegt daaraan toe dat uit het feit dat het primaire besluit van 8 juli 2005 niet is herroepen volgt dat opnieuw op het bezwaar moest worden beslist. 4.
  8. Derhalve dient de aangevallen uitspraak te worden bevestigd.
  9. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep, Recht doende: Bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten. Deze uitspraak is gedaan door J. Brand als voorzitter en H.J. Simon en J.P.M. Zeijen als leden, in tegenwoordigheid van T.J. van der Torn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 24 december
  10. (get.) J. Brand. (get.) T.J. van der Torn. WG

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.