← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2010:BO9559

10/1116 ZW-V Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer U I T S P R A A K als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van: [Appellante], wonende te [woonplaats], (hierna: appellante), tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem van 4 januari 2010, 09/1550 (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellante en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv) Datum uitspraak: 22 december 2010 I. PROCESVERLOOP Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) en artikel 21 van de Beroepswet van 14 april 2010 heeft de Raad het namens appellante door mr. M. Adansar, advocaat te Amsterdam, ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard. Tegen de uitspraak van de Raad van 14 april 2010 heeft mr. Adansar namens appellante verzet gedaan. Het verzet is behandeld ter zitting van 29 november

  1. Appellante heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. Adansar. Het Uwv is niet verschenen. II. OVERWEGINGEN De uitspraak van de Raad van 14 april 2010 berust op de overwegingen dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat (de gemachtigde van) appellante niet in verzuim is geweest. De laatste dag waarop tijdig een hogerberoepschrift kon worden ingediend, was (woensdag) 17 februari
  2. Het hogerberoepschrift, gedateerd (dinsdag) 16 februari 2010, is op (vrijdag) 19 februari 2010 bij de Raad ontvangen. Het poststempel dat door TNT Post is geplaatst op de enveloppe waarin het hogerberoepschrift is verzonden, is niet leesbaar. In artikel 6:9, tweede lid, van de Awb is bepaald dat bij verzending per post een (hoger)beroepschrift tijdig is ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen. Dit betekent dat in het voorliggende geval bepalend is of het hogerberoepschrift voor 17 februari 2010 ter post is bezorgd. Mr. Adansar heeft betoogd dat uit het overgelegde postboek van haar kantoor blijkt dat het hogerberoepschrift op 16 februari 2010 is verzonden. De Raad volgt dit betoog niet. In het - handgeschreven - postboek is zowel bij de datum 16 februari 2010 als bij de datum 18 februari 2010 vermeld dat stukken met betrekking tot de voorliggende zaak zijn verzonden. Niet duidelijk is vermeld aan wie of aan welke instantie (die) stukken zijn verzonden. Bij de Raad is slechts één brief ontvangen, namelijk op 19 februari
  3. In die omstandigheden kan aan het postboek niet de door (de gemachtigde van) appellante gewenste betekenis worden toegekend. Met verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 11 oktober 2006, LJN AY9917, overweegt de Raad vervolgens dat nu het poststempel geen uitsluitsel geeft over de datum van terpostbezorging en het hogerberoepschrift ook niet daags na afloop van de termijn is ontvangen, er ook overigens geen grond is om aan te nemen dat de terpostbezorging voor het einde van de termijn heeft plaatsgevonden. Gelet op het voorgaande dient het verzet ongegrond te worden verklaard. Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet ziet de Raad geen aanleiding. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep; Recht doende: Verklaart het verzet ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 22 december
  4. (get.) T.G.M. Simons. (get.) D.W.M. Kaldenhoven. CVG

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.