← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2010:BO9952

09/3584 WAO Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant), tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen van 26 mei 2009, 08/992 (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellant en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv). Datum uitspraak: 24 december 2010 I. PROCESVERLOOP Namens appellant heeft mr. B. van Dijk, advocaat te Groningen, hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 november

  1. Appellant is, zoals hij had bericht, niet verschenen. Het Uwv was vertegenwoordigd door mr. P. Belopavlovic. II. OVERWEGINGEN 1.
  2. Appellant ontving een WAO-uitkering, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Bij besluit van 8 mei 2008 is deze uitkering met ingang van 30 juni 2008 herzien en nader vastgesteld naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 35-45%. 1.
  3. Bij besluit op bezwaar van 30 oktober 2008 (bestreden besluit) heeft het Uwv het hiertegen ingediende bezwaar gegrond verklaard en de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant vastgesteld op 45-55%.
  4. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen dat besluit ongegrond verklaard. Daartoe heeft de rechtbank overwogen dat het medische onderzoek niet onzorgvuldig was. De bezwaarverzekeringsarts heeft getracht informatie bij de behandelaar op te vragen maar dat is niet gelukt. Appellant had deze informatie desgewenst zelf kunnen inbrengen. Uit de door appellant in bezwaar overgelegde informatie van dr. D.J. Schakel zijn niet meer of andere beperkingen af te leiden dan waarmee door de bezwaarverzekeringsarts rekening is gehouden. De in de voorgehouden functies voorkomende belasting overschrijdt appellants mogelijkheden niet; het gaat met name om functies waarin een voorspelbare werksituatie centraal staat. Wat betreft de kosten van de door appellant in bezwaar ingeschakelde deskundige Schakel is de rechtbank van oordeel dat het Uwv deze niet bij zijn besluitvorming heeft behoeven te betrekken omdat deze kosten niet uitdrukkelijk in bezwaar zijn geclaimd en geen nota is overgelegd.
  5. In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat hij meer beperkingen heeft en dat de bezwaarverzekeringsarts de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) had moeten aanpassen op het item voorspelbare werksituatie. De geduide functies voldoen niet aan deze voorwaarde. Hij stelt voorts dat hij de kosten van de deskundige wel tijdig geclaimd heeft. 4.
  6. De Raad overweegt als volgt. 4.
  7. Hetgeen appellant in hoger beroep heeft aangevoerd bevat, in vergelijking met zijn stellingname in eerste aanleg, geen nieuwe gezichtspunten en heeft de Raad niet tot een ander oordeel gebracht dan het in de aangevallen uitspraak neergelegde oordeel van de rechtbank. De Raad voegt daar nog aan toe dat appellant ook in hoger beroep geen medische informatie heeft overgelegd die tot een ander oordeel moet leiden. 4.
  8. In hoger beroep heeft de bezwaarverzekeringsarts de FML aangepast en aangegeven dat appellant aangewezen is op functies met een voorspelbare werksituatie. Zowel hij als de bezwaararbeidsdeskundige hebben toegelicht dat de voor appellant geselecteerde functies aan deze voorwaarde voldoen. De Raad ziet geen reden deze toelichting niet te volgen. 4.
  9. Met betrekking tot de kosten van de door appellant in bezwaar ingeschakelde deskundige onderschrijft de Raad het oordeel van de rechtbank.
  10. Het hoger beroep slaagt niet.
  11. De Raad ziet aanleiding het Uwv te veroordelen in de proceskosten van appellant in beroep en in hoger beroep aangezien eerst in hoger beroep is toegelicht dat de geduide functies (ook) op het punt van een voorspelbare werksituatie voor appellant geschikt zijn. Deze kosten worden begroot op € 644,= voor verleende rechtsbijstand in beroep en op € 322,= voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep, in totaal € 966,=. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep, Recht doende: Bevestigt de aangevallen uitspraak; Veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellant in beroep en in hoger beroep tot een bedrag groot € 966,=, te betalen door het Uwv aan de griffier van de Raad; Bepaalt dat het Uwv het betaalde griffierecht van € 149,= aan appellant vergoedt. Deze uitspraak is gedaan door G. van der Wiel als voorzitter en I.M.J. Hilhorst-Hagen en H.G. Lubberdink als leden in tegenwoordigheid van A.L. de Gier als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 24 december
  12. (get.) G. van der Wiel. (get.) A.L. de Gier. KR

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.