09/6063 WW Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [Appellant] tegen de uitspraak van de rechtbank Middelburg van 22 oktober 2009, 08/1196 (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellant en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv). Datum uitspraak: 12 januari 2011 I. PROCESVERLOOP Appellant heeft hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 december
- Appellant is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door drs. M. Wiertz. II. OVERWEGINGEN 1.
- Appellant ontving een uitkering ingevolge de Werkloosheidswet (WW). Bij brief van 17 juli 2008 is hij uitgenodigd voor een gesprek met de re-integratiecoach op 25 juli
- Appellant is daar niet verschenen. Op een nieuwe uitnodiging voor 31 juli 2008 is hij evenmin verschenen. Daarom heeft het Uwv bij besluit van 12 augustus 2008 de WW-uitkering van appellant met ingang van 25 juli 2008 verlaagd met 10% gedurende twee maanden. Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit. 1.
- Appellant is bij brief van 27 augustus 2008 wederom uitgenodigd voor een gesprek met de re-integratiecoach, op 1 september
- Appellant heeft geen gevolg gegeven aan die uitnodiging. Bij brief van 1 september 2008 is hij voor de vierde maal uitgenodigd en wel voor 11 september
- Op verzoek van appellant is dat gesprek verzet naar 17 september
- Appellant is op die dag niet verschenen bij de re-integratiecoach. Hierop heeft het Uwv bij besluit van 19 september 2008 de WW-uitkering van appellant met ingang van 1 september 2008 verlaagd met 15% gedurende twee maanden. Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit. 1.
- Bij besluit van 2 december 2008 (hierna: bestreden besluit) heeft het Uwv de bezwaren van appellant tegen de besluiten van 12 augustus 2008 en 19 september 2008 ongegrond verklaard. Het Uwv heeft hieraan ten grondslag gelegd dat appellant zich niet heeft gehouden aan de verplichting om mee te werken aan activiteiten die bevorderlijk zijn voor zijn inschakeling in de arbeid, nu hij niet is verschenen op de oproepen voor een gesprek met zijn re-integratiecoach.
- De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen het bestreden besluit bij de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank was van oordeel dat appellant geen belang meer had bij de beoordeling van de vraag of de in 2008 opgelegde maatregelen in rechte stand houden, omdat bij uitspraak van dezelfde dag was geoordeeld dat de WW-uitkering van appellant terecht was ingetrokken met ingang van 19 juli
- Appellant heeft in hoger beroep betoogd dat de intrekking van zijn WW-uitkering onjuist is geweest. Volgens hem is het Uwv niet geslaagd in het bewijs van de stelling dat hij, appellant, sinds 19 juli 2006 buiten Nederland woont of verblijf houdt anders dan wegens vakantie.
- De Raad komt tot de volgende beoordeling. 4.
- De gronden die appellant in hoger beroep heeft aangevoerd hebben geen betrekking op de door de rechtbank uitgesproken niet-ontvankelijkverklaring. Gelet hierop en omdat ook de Raad niet is gebleken van een rechtens relevant belang van appellant bij een oordeel over de bij het bestreden besluit gehandhaafde maatregelen kan het hoger beroep niet slagen. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.
- Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep; Recht doende: Bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door G.A.J. van den Hurk als voorzitter en H.G. Rottier en B.M. van Dun als leden, in tegenwoordigheid van M.A. van Amerongen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 12 januari
- (get.) G.A.J. van den Hurk. (get.) M.A. van Amerongen. GdJ