← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2011:BP7017

10/4564 WIA Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante), tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 6 juli 2010, 09/4356 (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellante en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv). Datum uitspraak: 4 maart 2011 I. PROCESVERLOOP Namens appellante heeft mr. M. Tracey, werkzaam bij ARAG Rechtsbijstand te Leusden, hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 februari

  1. Appellante is niet verschenen. Het Uwv was vertegenwoordigd door mr. L.H.J Ambrosius. II. OVERWEGINGEN 1.
  2. Op 20 april 2009 heeft het Uwv appellante bericht dat zij vanaf 4 mei 2009 een loongerelateerde WGA-uitkering krijgt omdat zij 35-45% (lees: 35-80%) arbeidsongeschikt is. 1.
  3. Bij besluit op bezwaar van 22 september 2009 (bestreden besluit) heeft het Uwv het hiertegen ingediende bezwaar ongegrond verklaard.
  4. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank is van oordeel dat de bezwaarverzekeringsarts van het Uwv de bij appellante bestaande beperkingen heeft onderkend en erkend en dat hij deze op voldoende zorgvuldige wijze in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) heeft weergegeven. De rechtbank is voorts van oordeel dat de bezwaarverzekeringsarts afdoende heeft gemotiveerd waarom er geen medische reden is om een urenbeperking aan te nemen. De rechtbank acht verder voldoende gemotiveerd dat de geduide functies in overeenstemming zijn met de voor appellante vastgestelde belastbaarheid.
  5. In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat ook de rechtbank de ernst van haar klachten miskent. Zij is absoluut niet in staat om te werken. 4.
  6. Hetgeen appellante in hoger beroep heeft aangevoerd bevat, in vergelijking met haar stellingname in eerste aanleg, geen wezenlijke nieuwe gezichtspunten en heeft de Raad niet tot een ander oordeel gebracht dan het in de aangevallen uitspraak neergelegde oordeel van de rechtbank. Evenals de rechtbank ziet de Raad geen redenen om het standpunt van de bezwaarverzekeringsarts omtrent de arbeidsbeperkingen van appellante voor onjuist te houden. De bezwaarverzekeringsarts heeft informatie ingewonnen bij de revalidatiearts van appellante en in verband met de balansproblemen de FML aangepast. Hij heeft voorts overwogen dat op de datum in geding, 4 mei 2009, geen sprake was van een ingezet revalidatietraject. De Raad overweegt ten slotte dat appellante ook in hoger beroep geen medische informatie heeft overgelegd die haar stelling dat zij (nog) meer beperkingen heeft, onderbouwt. 4.
  7. Het hoger beroep slaagt dus niet.
  8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep, Recht doende: Bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen, in tegenwoordigheid van M.A. van Amerongen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 4 maart
  9. (get.) I.M.J. Hilhorst-Hagen. (get.) M.A. van Amerongen. NK

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.