10/1379 ZVW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer U I T S P R A A K op het hoger beroep van: Centraal Administratiekantoor B.V. (hierna: CAK) tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 5 februari 2010, 09/1367 (hierna: aangevallen uitspraak) in het geding tussen [Betrokkene], wonende te [woonplaats], (hierna: betrokkene) en CAK Datum uitspraak: 1 maart 2011 I. PROCESVERLOOP CAK heeft hoger beroep ingesteld. Betrokkene heeft een verweerschrift ingediend. Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld op de zitting van 8 december 2010. Partijen zijn - met voorafgaand bericht - niet verschenen. II. OVERWEGINGEN 1. De Raad gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden. 1.1. Betrokkene heeft op 19 februari 2009 bij CAK een aanvraag ingediend om compensatie van het eigen risico voor het jaar 2008, als bedoeld in artikel 118a van de Zorgverzekeringswet (Zvw). 1.2. CAK heeft bij besluit van 18 maart 2009 de aanvraag van betrokkene afgewezen. CAK heeft daartoe overwogen dat betrokkene niet voldoet aan de ingevolge de Zvw geldende voorwaarden om de compensatie eigen risico te ontvangen. 1.3. Betrokkene heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt en daarbij overgelegd een medicatielijst van haar [naam apotheek] te [vestigingsplaats]. 1.4. Bij besluit van 8 april 2009 heeft CAK het bezwaar van betrokkene tegen het besluit van 18 maart 2009 kennelijk ongegrond verklaard. 2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van betrokkene tegen het besluit van 8 april 2009 gegrond verklaard, dat besluit vernietigd, het besluit van 18 maart 2009 herroepen en bepaald dat betrokkene in aanmerking komt voor de compensatie van het verplichte eigen risico in 2008, zijnde € 47,--. De rechtbank heeft daartoe overwogen dat het CAK heeft vastgehouden aan de maatstaf van in de refertejaren afgeleverde medicijnen en geen rekening heeft gehouden met de gebruikte medicijnen, hetgeen niet strookt met doel en strekking van de van toepassing zijnde regelgeving. 3.1. CAK heeft zich in hoger beroep tegen deze uitspraak gekeerd. Het heeft gemotiveerd aangevoerd dat de rechtbank een onjuiste maatstaf heeft aangelegd door niet de aflevering, maar het gebruik van medicijnen bepalend te achten voor het recht op compensatie eigen risico Zvw. 4.1. De Raad komt tot de volgende beoordeling. 4.2. De Raad verwijst voor wat betreft het van toepassing zijnde wettelijke kader naar zijn uitspraak van 19 oktober 2010, LJN BN9985. Op basis van het in deze uitspraak weergegeven samenstel van wettelijke bepalingen is de Raad van oordeel dat voor de beoordeling van het recht op compensatie eigen risico bepalend is of een verzekerde in de twee opvolgende jaren voorafgaande aan het jaar waarop de uitkering betrekking heeft is ingedeeld in bij ministeriële regeling aangewezen farmaceutische kostengroepen (FKG’
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.