← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2011:BQ0773

08/6947 WAO Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [Appellant], wonende te [woonplaats] (Bondsrepubliek Duitsland), (hierna: appellant), tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 25 november 2008, 08/595 (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellant en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv). Datum uitspraak: 8 april 2011 I. PROCESVERLOOP Appellant heeft hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 februari

  1. Appellant is verschenen. Het Uwv was niet vertegenwoordigd. II. OVERWEGINGEN
  2. Voor een uitgebreid overzicht van de feiten en omstandigheden van belang in dit geschil verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak. De Raad volstaat met het navolgende.
  3. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank ongegrond verklaard het beroep van appellant tegen het besluit van 1 april 2008, waarbij het Uwv, beslissend op bezwaar, heeft gehandhaafd zijn besluit het verzoek van appellant om schadevergoeding af te wijzen. Kort samengevat heeft de rechtbank geoordeeld dat het Uwv zich bij zijn besluit van 1 april 2008 terecht op het standpunt heeft gesteld dat voor het toekennen van schadevergoeding geen plaats kan zijn nu de door het Uwv ten aanzien van appellant genomen besluiten niet onrechtmatig zijn.
  4. In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat hij gedurende langere tijd door het Uwv is geterroriseerd en dat hij als gevolg daarvan niet die uitkering heeft gekregen waarop hij recht had. Appellant heeft in zijn hoger beroepschrift en ter zitting op uitgebreide wijze uiteengezet uit welke handelingen het door hem gestelde terroriseren bestond. 4.
  5. De Raad overweegt als volgt. 4.
  6. De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak op juiste wijze een overzicht gegeven van de door het Uwv ten aanzien van appellant genomen besluiten. Met juistheid heeft de rechtbank geoordeeld dat geen van deze besluiten onrechtmatig is, zodat geen van deze besluiten grond voor schadevergoeding oplevert . De Raad kan zich geheel vinden in de overwegingen van de rechtbank die tot dit oordeel hebben geleid en heeft hieraan niets toe te voegen. 4.
  7. Het door appellant ingenomen standpunt dat hij door het Uwv is geterroriseerd kan niet tot een ander oordeel leiden dan vermeld in 4.
  8. De door appellant bedoelde handelingen – wat van die handelingen verder ook zij – zijn niet van invloed op de rechtmatigheid van de besluiten bedoeld in 4.
  9. 4.
  10. Het door appellant ter zitting van de Raad ingenomen standpunt dat het Uwv ook zijn schade dient te vergoeden die het rechtstreeks gevolg is van meerbedoelde handelingen van het Uwv treft geen doel. Dit reeds omdat naar vaste rechtspraak van de Raad niet de bestuursrechter, maar de civiele rechter bevoegd is te oordelen over dit soort handelingen en de uit dit soort handelingen voortvloeiende schade. 4.
  11. Het hoger beroep treft gelet op 4.2 tot en met 4.4 geen doel. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd. 4.
  12. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep; Recht doende: Bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door G. van der Wiel als voorzitter en J. Brand en B. Barentsen als leden, in tegenwoordigheid van T.J. van der Torn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 8 april
  13. (get.) G. van der Wiel. (get.) T.J. van der Torn. JL

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.