← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2011:BQ0931

10/4525 Wajong Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante), tegen de uitspraak van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 7 juli 2010, 10/70 (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellante en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv). Datum uitspraak: 8 april 2011 I. PROCESVERLOOP Namens appellante heeft mr. B. Eskes, advocaat te Almere, hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 februari

  1. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. Eskes voornoemd. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.J. van Steenwijk. II. OVERWEGINGEN
  2. Appellante, geboren op 16 augustus 1960, heeft op 12 februari 2009 een aanvraag ingediend voor een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong). Bij besluit van 21 juli 2009 heeft het Uwv geweigerd deze aanvraag in behandeling te nemen. Na bezwaar van appellante is de aanvraag evenwel alsnog inhoudelijk beoordeeld. Bij beslissing op bezwaar van 18 december 2009 (hierna: bestreden besluit) heeft het Uwv appellante een Wajong-uitkering geweigerd op de grond dat niet kan worden aangetoond dat bij appellante op 17/18-jarige leeftijd sprake was van disfunctioneren en beperkingen als gevolg van ziekte. 2.
  3. De rechtbank heeft in de eerste plaats overwogen dat het Uwv zijn besluit ten onrechte had gebaseerd op de bepalingen van de Wajong, nu deze wet in de hier van belang zijnde periode nog niet in werking was getreden. Appellantes aanspraak dient te worden beoordeeld in het licht van de Algemene arbeidsongeschiktheidswet (AAW). Nu het materieel in beide wetten om gelijkluidende bepalingen gaat, heeft de rechtbank het bestreden besluit gelezen als een weigering van een uitkering ingevolge de AAW. 2.
  4. Wat appellantes aanspraken betreft is de rechtbank tot het oordeel gekomen dat er geen aanleiding is te twijfelen aan de juistheid van de conclusies van de (bezwaar)verzekeringsarts en de bezwaararbeidsdeskundige. De rechtbank heeft daartoe overwogen dat de ten tijde van het onderzoek bij appellante vastgestelde (psychiatrische) aandoeningen en de gevolgen daarvan voor haar arbeidsvermogen niet zonder meer kunnen worden geprojecteerd op haar gezondheidstoestand rond haar 17e/18e jaar. Medische gegevens uit laatstgenoemde levensfase zijn niet te achterhalen doordat er geen gezondheidszorgcontacten zijn geweest. Eerst vanaf haar 36e jaar is appellante onder medische behandeling geweest. De rechtbank is hierbij uitgebreid ingegaan op de diverse beschikbare medische rapporten.
  5. In hoger beroep is door en namens appellante betoogd dat het niet inroepen van medische zorg op jonge leeftijd juist tot haar ziektebeeld behoorde. Verder is er wederom op gewezen dat de behandelend psychiater Onkenhout heeft aangegeven dat de problematiek van appellante met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid op haar 18e levensjaar aanwezig was. 4.
  6. De Raad kan zich geheel vinden in hetgeen de rechtbank heeft overwogen. Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat de onduidelijkheden die voortvloeien uit de late aanvraag van appellante - zij was op het moment van de aanvraag 48 jaar - voor rekening en risico van appellante komen. Ook deelt de Raad de mening van de rechtbank dat het feit dat de problematiek van appellante waarschijnlijk reeds aanwezig was op haar 17e/18e jaar, niet zonder meer met zich brengt dat in die periode reeds sprake was van arbeidsongeschiktheid. 4.
  7. Het onder 4.1 overwogene leidt tot de conclusie dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.
  8. De Raad ziet geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep, Recht doende: Bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door M.M. van der Kade als voorzitter en T.L. de Vries en F.J.L. Pennings als leden, in tegenwoordigheid van D.E.P.M. Bary als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 8 april
  9. (get.) M.M. van der Kade. (get.) D.E.P.M. Bary. NW

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.