← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2011:BQ5009

10/2365 WAO Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant), tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 17 maart 2010, 09/2150 (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellant en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv). Datum uitspraak: 18 mei 2011 I. PROCESVERLOOP Namens appellant heeft mr. M. Laseur, advocaat te ’s-Gravenhage, hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift en een nader arbeidskundig rapport ingediend. Appellant heeft aanvullende stukken ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 april 2011, waar appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Laseur. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J.J. Grasmeijer. II. OVERWEGINGEN

  1. Appellant, die werkzaam is geweest als electromonteur, is op 20 mei 1985 uitgevallen vanwege linkerschouderklachten. Na afloop van de wachttijd is appellant een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toegekend, laatstelijk berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. 2.
  2. Het beroep van appellant richtte zich tegen het besluit van 19 maart 2009 (hierna: bestreden besluit) waarbij het Uwv heeft gehandhaafd zijn besluit van 4 september
  3. Daarbij is bepaald dat de WAO-uitkering van appellant met ingang van 5 november 2008 wordt herzien naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%. 2.
  4. De rechtbank heeft het beroep van appellant ongegrond verklaard. De rechtbank kan zich blijkens de overwegingen van de aangevallen uitspraak verenigen met de medische en arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit.
  5. In hoger beroep heeft appellant zich op het standpunt gesteld dat hij volledig arbeidsongeschikt is, dat hij meer beperkt is dan is aangenomen en dat bij hem op de datum in geding, 5 november 2008, sprake was van levercirrose. Appellant heeft ter ondersteuning hiervan informatie van de behandelende MDL-artsen en verzekeringarts W.M. van der Boog overgelegd en verzocht om inschakeling van een deskundige. Ten slotte is de geschiktheid van de geduide functies bestreden.
  6. De Raad overweegt het volgende. 4.
  7. De Raad ziet in hetgeen appellant naar voren heeft gebracht geen aanleiding het oordeel van de rechtbank met betrekking tot de medische grondslag voor onjuist te houden. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig is geweest en ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid en volledigheid van de bij appellant vastgestelde beperkingen. De Raad neemt hierbij in aanmerking dat de informatie van de huisarts, radioloog en behandelende internist/nefroloog afdoende is meegewogen. Wat betreft de stelling van appellant dat de levercirrose op de datum op geding, 5 november 2008, bij hem bestond, is de Raad van oordeel dat door de bezwaarverzekeringsarts R.A. Admiraal genoegzaam is uiteengezet waarom de door de verzekeringsarts Van der Boog gegeven medische onderbouwing aan deze stelling niet kan worden gevolgd. De omstandigheden dat de levercirrose bij appellant in mei 2010 is vastgesteld, dat appellant vervolgens een uitkering ingevolge de Ziektewet heeft ontvangen en dat hij thans volledig arbeidsongeschikt is bevonden doen hieraan niet af. Deze omstandigheden betreffen de medische toestand van appellant circa anderhalf jaar na de datum in geding. In het voorgaande ligt besloten dat de Raad het verzoek tot inschakeling van een deskundige afwijst. 4.
  8. De Raad heeft, uitgaande van de juistheid van de vastgestelde belastbaarheid, geen aanleiding voor de veronderstelling dat de in aanmerking genomen functies niet in medisch opzicht geschikt zijn voor appellant. 4.
  9. Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
  10. De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep, Recht doende: Bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos, in tegenwoordigheid van M.A. van Amerongen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 18 mei
  11. (get.) D.J. van der Vos. (get.) M.A. van Amerongen. EK

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.