← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2011:BQ5616

10/3217 WIA Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [Appellante] wonende te [woonplaats] (hierna: appellante), tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 28 april 2010, 09/6690 (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellante en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv). Datum uitspraak: 20 mei 2011 I. PROCESVERLOOP Namens appellante heeft mr. C. Arslaner, advocaat te ’s-Gravenhage, hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Op 29 maart 2011 zijn namens appellante nadere medische stukken ingezonden. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 april

  1. Appellante is - met voorafgaand bericht - niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door drs. J.C. van Beek. II. OVERWEGINGEN 1.
  2. Bij besluit van 15 januari 2009 heeft het Uwv vastgesteld dat voor appellante met ingang van 19 februari 2009 geen recht is ontstaan op een uitkering ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA), op de grond dat de mate van arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedraagt. 1.
  3. Appellante heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Bij besluit van 14 augustus 2009 (hierna: het bestreden besluit) heeft het Uwv dit bezwaar ongegrond verklaard. 2.
  4. De rechtbank heeft het beroep van appellante, gericht tegen het bestreden besluit, ongegrond verklaard. 2.
  5. De rechtbank heeft geen aanleiding gezien het medisch onderzoek door de verzekeringsartsen onzorgvuldig te achten. Evenmin zijn er aanknopingspunten dat het medische oordeel van de verzekeringsartsen niet juist is. De rechtbank kan zich verenigen met de door bezwaarverzekeringsarts W.S. Vrijlandt in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van 14 juli 2009 opgestelde beperkingen. 2.
  6. Ook met de arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit heeft de rechtbank zich kunnen verenigen. De rechtbank heeft aangegeven dat de bezwaararbeidsdeskundige in het rapport van 10 augustus 2009 afdoende heeft gemotiveerd dat de zogenoemde signaleringen geen overschrijdingen opleveren van de belastbaarheid van appellante op de in geding zijnde datum.
  7. In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat zij meer beperkt is dan door de bezwaarverzekeringsarts van het Uwv is aangenomen. Ter onderbouwing van dit standpunt heeft appellante medische informatie van haar behandelaar overgelegd, een lijst met haar medicatie en afsprakenkaarten van diverse behandelaars. Voorts voert appellante aan dat zij de Nederlandse taal zowel in schrift als mondeling niet beheerst en dat zij daarom de geduide functies niet kan verrichten. 4.
  8. De Raad komt tot de volgende beoordeling. 4.
  9. De Raad heeft geen aanleiding gezien over de medische grondslag van het bestreden besluit een ander oordeel te geven dan de rechtbank. Ook de Raad ziet geen aanknopingspunten om te twijfelen aan de door het Uwv vastgestelde belastbaarheid. De verzekeringsarts heeft met de rug-, knie- en psychische klachten van appellante rekening gehouden bij het opstellen van de FML. Appellante is beperkt geacht met betrekking tot de aspecten: geen veelvuldige deadlines of productiepieken, omgaan met conflicten, beschermende middelen, trillingsbelasting, frequent buigen tijdens het werk, frequent zware lasten hanteren tijdens het werk, lopen tijdens het werk, staan tijdens het werk en gebogen en/of getordeerd actief zijn. Bezwaarverzekeringsarts Vrijlandt heeft op grond van de verkregen medische informatie van 9 juli 2009 van orthopedisch chirurg dr. M. Vischjager aanleiding gezien om de door de verzekeringsarts vastgestelde belastbaarheid te herzien en appellante meer beperkt te achten in verband met de knieklachten. Vrijlandt heeft de FML aangepast op de aspecten: duwen of trekken, tillen of dragen, trappenlopen, klimmen, knielen of hurken, het vermijden van draaibewegingen in de knieën, zitten tijdens het werk en geknield of gehurkt actief zijn. De Raad is niet gebleken dat Vrijlandt aldus met de klachten van appellante en de in hoger beroep ter beschikking gekomen medische informatie op onjuiste wijze rekening heeft gehouden. Met name komt uit de beschikbare informatie niet naar voren dat sprake is van ernstiger beperkingen dan door het Uwv is aangenomen. 4.
  10. Aldus uitgaande van de juistheid van de voor appellante vastgestelde medische beperkingen is de Raad van oordeel dat de uiteindelijk aan de schatting ten grondslag gelegde functies, gelet op de daaraan verbonden belastende aspecten en de toelichting van de (bezwaar)arbeidsdeskundige, als voor appellante in medisch opzicht geschikt dienen te worden aangemerkt. De Raad volgt appellante niet in haar standpunt, dat de functies niet passend zijn vanwege haar gebrekkige kennis van de Nederlandse taal. De mondelinge beheersing van de Nederlandse taal wordt met de wijziging van artikel 9 van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten met ingang van 1 oktober 2004 aangemerkt als een bekwaamheid die algemeen gebruikelijk is en binnen 6 maanden kan worden verworven. In artikel 1 van de Regeling nadere invulling algemeen gebruikelijke bekwaamheden van 15 september 2004 (Stcrt. 2004, 182), is vastgelegd dat onder mondelinge beheersing van de Nederlandse taal wordt verstaan het spreken daarvan voor zover dit nodig is bij functies waarvoor geen opleiding dan wel een opleidingsniveau tot afgerond basisonderwijs is vereist. De aan appellante voorgehouden functies voldoen daaraan. 4.
  11. Uit de overwegingen 4.2 en 4.3 volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
  12. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep, Recht doende: Bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door J.P.M. Zeijen, in tegenwoordigheid van N.S.A. El Hana als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 mei
  13. (get.) J.P.M. Zeijen. (get.) N.S.A. El Hana. IvR

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.