10/5968 WAJONG Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [adres] wonende te [woonplaats] (hierna: appellant), tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 16 september 2010, 10/278 (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellant en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv). Datum uitspraak: 15 juli 2011 I. PROCESVERLOOP Namens appellant heeft mr. J.H.F. de Jong, advocaat te Utrecht, hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. De behandeling ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 juni
- Appellant noch zijn gemachtigde is verschenen. Het Uwv was vertegenwoordigd door mr. F.H. Put. II. OVERWEGINGEN
- Het in dit geding aan de orde zijnde geschil wordt beoordeeld aan de hand van de bepalingen van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong), zoals die luidden tot 1 januari
- Appellant, geboren op [in] 1957, heeft op 27 november 2008 een aanvraag gedaan voor een Wajong-uitkering. Bij besluit van 20 april 2009 is hem de uitkering geweigerd. Bij besluit van 11 december 2009 heeft het Uwv het bezwaar van appellant tegen het besluit van 20 april 2009 ongegrond verklaard.
- Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 11 december 2009 ongegrond verklaard. Hiertoe heeft de rechtbank overwogen dat het medische onderzoek zorgvuldig is verricht en dat de beperkingen juist zijn vastgesteld in de Functionele Mogelijkheden Lijst. De rechtbank heeft bij haar beoordeling betrokken dat de arts in de primaire fase, nadat zij dossierstudie had verricht, appellant heeft onderzocht en informatie heeft opgevraagd, heeft geconcludeerd dat er geen eerste arbeidsongeschiktheidsdag is aan te wijzen. In bezwaar heeft de bezwaarverzekeringsarts een expertise laten verrichten door psycholoog drs. M.S.P. Vermeulen. Deze heeft ondermeer geconcludeerd dat er geen diagnose kan worden gesteld op As 1 van de DSM-IV (klinische stoornis). De bezwaarverzekeringsarts heeft zich dan ook geheel met de conclusie van de primaire arts kunnen verenigen. Appellant heeft geen concrete medische gegevens ingebracht die twijfel oproepen omtrent het door de (bezwaar)verzekeringsarts(en) ingenomen standpunt met betrekking tot appellants belastbaarheid op en na 20 mei
- Appellant is er derhalve niet in geslaagd aannemelijk te maken dat hij aan de Wajong aanspraak op uitkering kan ontlenen. Eventuele onduidelijkheden met betrekking tot zijn belastbaarheid op en na 20 mei 1974 moeten naar het oordeel van de rechtbank, gelet op de verlate aanvraag om Wajong-uitkering, voor rekening en risico van appellant blijven.
- Appellant heeft in hoger beroep aangevoerd dat hij al van kinds af aan voor “gek” wordt versleten. Hij heeft nooit een normaal leven kunnen leiden, geen normaal onderwijs kunnen volgen en ook geen normaal werkend bestaan kunnen hebben. Dat de deskundige onvoldoende hoogte van hem heeft kunnen krijgen kan en mag geen reden zijn om niet de erkenning te krijgen voor het afwijkende bestaan dat hij al zijn hele leven noodgedwongen heeft moeten leiden. Appellant vraagt een second-opinion aan waarvan de Raad een afschrift zal ontvangen.
- De Raad is van oordeel dat het hoger beroep niet slaagt en overweegt hiertoe dat de rechtbank met juistheid heeft overwogen dat het medische onderzoek door de artsen van het Uwv op juiste en zorgvuldige wijze is gebeurd. Tevens heeft de rechtbank met juistheid overwogen dat indien in een heel laat stadium een Wajong-uitkering wordt aangevraagd het voor rekening en risico van de aanvrager komt als er geen relevante medische stukken meer te achterhalen zijn. Appellant heeft echter geen relevante medische stukken ingebracht. Het in hoger beroep in het vooruitzicht gestelde afschrift van een second-opinion is nooit door de Raad ontvangen.
- Uit hetgeen in overweging 5 is overwogen volgt dat het hoger beroep niet kan slagen. De aangevallen uitspraak dient dan ook te worden bevestigd.
- De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep: Recht doende: Bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen, in tegenwoordigheid van N.S.A. El Hana als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 15 juli
- (get.) I.M.J. Hilhorst-Hagen. (get.) N.S.A. El Hana. EV