09/5407 WAO 11/2886 WAO Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [appellant], wonende te [woonplaats], (hierna: appellant), tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen van 17 september 2009, 09/141 (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellant en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv) Datum uitspraak: 29 juli 2011 I. PROCESVERLOOP Namens appellant heeft mr. W.F.C. van Megen, advocaat te Schiedam, hoger beroep ingesteld. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 februari
- De Raad heeft bij tussenuitspraak van 6 april 2011 het Uwv opgedragen het gebrek in het besluit van 2 februari 2009 te herstellen. Het Uwv heeft op 9 mei 2011 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen. Bij brief van 18 mei 2011 is namens appellant aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten en het betaalde griffierecht. Het Uwv heeft bericht geen gebruik te maken van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen. De zaak is verwezen naar een enkelvoudige kamer. Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat de behandeling van de zaak ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten. II. OVERWEGINGEN
- Met de nieuwe beslissing op bezwaar van 9 mei 2011 heeft het Uwv opnieuw op het bezwaar van appellant beslist. Appellant heeft de Raad bericht dat de nieuwe beslissing op bezwaar van 9 mei 2011 inhoudelijk tegemoetkomt aan het beroep en dat appellant alleen nog aanspraak maakt op vergoeding van de kosten voor rechtsbijstand en het betaalde griffierecht.
- Nu er tussen partijen geen door de Raad te beslechten inhoudelijk geschil meer bestaat, moet het hoger beroep niet-ontvankelijk worden verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.
- De Raad ziet aanleiding om op grond van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht het Uwv te veroordelen in de proceskosten die appellant in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 322,- voor verleende rechtsbijstand in beroep en € 644,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep; Recht doende: Verklaart het hoger beroep niet ontvankelijk; Veroordeelt het Uwv in de kosten van appellant tot een bedrag van € 966,-; Bepaalt dat het Uwv aan appellant het door hem in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht van € 151,- vergoedt. Deze uitspraak is gedaan door T. Hoogenboom, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 29 juli
- (get.) T. Hoogenboom. (get.) D.W.M. Kaldenhoven. EV