← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2011:BR4292

10/351 ANW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [Appellante], wonende te Marokko (hierna: appellante), tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 29 december 2009, 09/663 (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellante en de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb). Datum uitspraak: 5 augustus 2011 I. PROCESVERLOOP Appellante heeft hoger beroep ingesteld. De Svb heeft een verweerschrift ingediend. Op 14 juli 2011 heeft de Svb een besluit van 8 november 2010 ingezonden. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 juli

  1. Appellante is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door F.M. Aalders. II. OVERWEGINGEN 1.
  2. Appellante woont in Marokko en is gehuwd geweest met [M.C.]. De echtgenoot van appellante, geboren in 1924, ontving een ouderdomspensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet. Op 21 augustus 2008 is hij in Marokko overleden. In augustus 2008 heeft appellante aan de Svb verzocht om een nabestaandenuitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet (ANW) aan haar toe te kennen. 1.
  3. Bij het bestreden besluit van 22 januari 2009 heeft de Svb zijn besluit van 8 oktober 2008 gehandhaafd, waarbij is geweigerd een nabestaandenuitkering aan appellante toe te kennen op de grond dat haar echtgenoot ten tijde van zijn overlijden niet (vrijwillig) verzekerd was voor de ANW.
  4. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
  5. Appellante heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen deze uitspraak gekeerd. 4.
  6. De Raad overweegt het volgende. 4.
  7. Bij het onder rubriek I vermelde besluit van 8 november 2010 heeft de Svb aan appellante alsnog met ingang van augustus 2008 een ANW-uitkering toegekend. Daartoe is in aanmerking genomen dat appellantes echtgenoot postuum is toegelaten tot de vrijwillige verzekering voor de ANW. 4.
  8. De Raad stelt vast dat met het nadere besluit van 8 november 2010 geheel aan appellantes bezwaren is tegemoet gekomen, zodat appellante geen belang meer heeft bij de beoordeling van haar hoger beroep. De Raad zal dit hoger beroep daarom niet-ontvankelijk verklaren.
  9. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep; Recht doende: Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door M.M. van der Kade, in tegenwoordigheid van T.J. van der Torn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 5 augustus
  10. (get.) M.M. van der Kade. (get.) T.J. van der Torn. EV III. DÉCISION La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale), statue: Déclare le recours interjeté non-recevable. Par conséquent, décidée par M. le maître M.M. van der Kade en présence du maître T.J. van der Torn en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 5 août 2011.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.