10/634 WWB Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant), tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 18 december 2009, 09/773 ((hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellant en het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Capelle aan den IJssel (hierna: College) Datum uitspraak: 9 augustus 2011 I. PROCESVERLOOP Namens appellant heeft mr. J.H. Beek, advocaat te Capelle aan den IJssel, hoger beroep ingesteld. Het College heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 juni 2011. Appellant is in persoon verschenen, bijgestaan door mr. Beek. Het College heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. S. Boxel, werkzaam bij de gemeente Capelle aan den IJssel. II. OVERWEGINGEN 1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden. 1.1. Appellant ontvangt sinds 21 februari 2006 bijstand ingevolge de Wet werk en bijstand. Bij besluit van 28 augustus 2008 heeft het College de bijstand van appellant verlaagd met 100% voor de duur van een maand, op de grond dat appellant niet is verschenen op een afspraak op 19 augustus 2008. 1.2. Bij brief van 24 september 2008 heeft het College appellant opgeroepen voor een sollicitatiegesprek op 29 september 2008 voor een baan bij JOB112. Nadat appellant niet op de afspraak was verschenen, heeft het College zowel bij reguliere als bij aangetekende brief van 30 september 2008 de bijstand van appellant opgeschort en appellant opnieuw opgeroepen voor een afspraak op 13 oktober 2008. 1.3. Bij besluit van 4 november 2008 heeft het College de bijstand van appellant met ingang van 1 oktober 2008 ingetrokken en voor de duur van twee maanden verlaagd met 100% voor het geval appellant in de toekomst weer voor bijstand in aanmerking komt. 1.4. Bij besluit van 22 december 2008 heeft het College het besluit van 4 november 2008 ingetrokken en de bijstand van appellant vanaf 1 oktober 2008 onverkort voortgezet. Voorts heeft het College, voor zover in dit geding van belang, met ingang van 1 november 2008 de bijstand van appellant verlaagd met 100% voor de duur van twee maanden, op de grond dat appellant geen gehoor heeft gegeven aan oproepen voor een sollicitatiegesprek bij JOB112. 1.5. Bij besluit van 3 februari 2009 heeft het College het bezwaar tegen het besluit van 22 december 2008 ongegrond verklaard. 2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 3 februari 2009 ongegrond verklaard. 3. Appellant heeft in hoger beroep kort gezegd betoogd dat hij de kennisgeving van de postbesteller dat een aangetekende brief van 30 september 2008 gedurende drie weken kan worden afgehaald bij het postkantoor nooit heeft ontvangen. Het kan niet anders zijn dan dat de postbesteller een fout heeft gemaakt. Subsidiair voert appellant aan dat hij drie weken de tijd had om de brief van 30 september 2008 op te halen bij het postkantoor, terwijl de afspraak van 13 oktober 2008 midden in die periode viel. 4. De Raad komt tot de volgende beoordeling. 4.1. De Raad stelt voorop dat het geschil zich in deze zaak beperkt tot de vraag of appellant de (kennisgeving van
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.