← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2011:BT1741

09/5284 WAO Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer U I T S P R A A K als bedoeld in artikel 21a van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van: de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, (hierna: appellant) tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem van 18 augustus 2009, 08/5888 (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen: [Betrokkene], wonende te [woonplaats] (hierna: betrokkene) en appellant. Datum uitspraak: 14 september 2011 I. PROCESVERLOOP Appellant heeft hoger beroep ingesteld. Bij brief van 4 mei 2011 heeft appellant het hoger beroep ingetrokken. Op 24 mei 2011 heeft mr. K.U.J. Hopman, advocaat, namens betrokkene een ingevuld en ondertekend Formulier proceskosten met bijlagen aan de Raad geretourneerd. Appellant heeft bij brieven van 27 mei 2011 en 1 juni 2011 verweer gevoerd. Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten. II. OVERWEGINGEN Artikel 21a, eerste lid, eerste volzin, van de Beroepswet bepaalt dat in geval van intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek van een partij bij afzonderlijke uitspraak met overeenkomstige toepassing van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht kan worden veroordeeld in de proceskosten. De Raad stelt vast dat appellant het hoger beroep heeft ingetrokken en dat namens betrokkene een verzoek om veroordeling van appellant in de proceskosten van betrokkene is gedaan. Aangezien de rechtbank reeds is overgegaan tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene in eerste aanleg en hier geen hoger beroep tegen is ingesteld, staat de Raad nog ter beoordeling de kosten die betrokkene in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 322,- in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand. Gelet op het bepaalde in artikel 1, onder b van het Bpb, komen tevens voor vergoeding in aanmerking de door betrokkene in hoger beroep redelijkerwijs gemaakte kosten voor het inschakelen van psychiater W.A.C. Schijns en psycholoog G.J.M. van den Aardweg. Psychiater Schijns heeft blijkens de namens betrokkene overgelegde declaraties tijdens de procedure in hoger beroep € 44,- gedeclareerd voor zijn rapportage van 30 oktober 2009. Dit bedrag komt voor vergoeding in aanmerking. Psycholoog Van den Aardweg heeft blijkens de namens betrokkene overgelegde declaraties en het ingevulde formulier proceskosten tijdens de procedure in hoger beroep in totaal 12 uur (met een uurtarief van € 50,-) aan onderzoek en rapportages besteed. De op de factuur van 2 november 2011 genoemde rapportage van 17 oktober 2009 (4 uur) is echter niet aan de Raad toegezonden en kan om deze reden niet voor vergoeding in aanmerking komen. Dit betekent dat een bedrag van € 400,- (8 uur) voor vergoeding in aanmerking komt. Gelet op het voorgaande begroot de Raad de totale proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen op € 766,-. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep, Recht doende: Veroordeelt appellant in de proceskosten van betrokkene tot een bedrag van € 766,-. Deze uitspraak is gedaan door T. Hoogenboom, in tegenwoordigheid van T.J. van der Torn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 14 september 2011. (get.) T. Hoogenboom. (get.) T.J. van der Torn. TM

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.