← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2011:BT1809

10/5500 ANW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [Appellante], wonende te [woonplaats], Marokko (hierna: appellante), tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 27 augustus 2010, 10/1318 (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen appellante en de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb). Datum uitspraak: 16 september 2011 I. PROCESVERLOOP Appellante heeft hoger beroep ingesteld. De Svb heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 augustus

  1. Appellante is niet verschenen. De Svb was vertegenwoordigd door mr. A.C. Bakker. II. OVERWEGINGEN 1.
  2. Appellante woont in Marokko. Haar echtgenoot, geboren in 1940, was ten tijde van zijn overlijden [in] 2009 eveneens woonachtig in Marokko. Hij ontving vanaf juli 2005 een ouderdomspensioen en een toeslag ingevolge de Algemene Ouderdomswet. 1.
  3. In oktober 2009 heeft de Stichting Steun Remigranten namens appellante voor haar een nabestaandenuitkering en een halfwezenuitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet (ANW) aangevraagd. 1.
  4. Bij besluit van 23 oktober 2009 heeft de Svb de aanvraag afgewezen op de grond dat de echtgenoot van appellante op de datum van zijn overlijden niet verzekerd was voor de ANW en evenmin recht had op een nabestaandenuitkering op grond van internationale regelingen. 1.
  5. Bij besluit op bezwaar van 5 februari 2010 (hierna: het bestreden besluit) heeft de Svb het besluit van 23 oktober 2009 gehandhaafd en het tegen dat besluit ingediende bezwaar ongegrond verklaard.
  6. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Zij heeft daartoe overwogen dat de echtgenoot van appellante noch verplicht, noch vrijwillig verzekerd was voor de ANW en dat appellante ook aan het Algemeen verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko geen aanspraak op een nabestaandenuitkering kan ontlenen. Voorts heeft de rechtbank overwogen dat appellante geen rechten kan ontlenen aan artikel 26 van het Koninklijk Besluit uitbreiding en beperking kring volksverzekerden 1999 (KB 746), nu dit artikel per 1 januari 2000 vervallen is.
  7. In hoger beroep heeft appellante herhaald dat zij meent recht te hebben op een uitkering omdat haar echtgenoot een ouderdomspensioen ontving en hij en zij hiervoor verzekerd waren. Voorts heeft appellante naar voren gebracht dat zij arbeidsongeschikt is en een minderjarig kind te verzorgen heeft. 4.
  8. De Raad overweegt als volgt. 4.
  9. Hetgeen appellante in hoger beroep heeft aangevoerd bevat in vergelijking met haar stellingname in bezwaar en eerste aanleg geen nieuwe gezichtspunten en heeft de Raad niet tot een ander oordeel gebracht dan het in de aangevallen uitspraak neergelegde oordeel van de rechtbank. 4.
  10. Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.
  11. De Raad ziet geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep; Recht doende: Bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door J.P.M. Zeijen, in tegenwoordigheid van H.L. Schoor als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 16 september
  12. (get.) J.P.M. Zeijen. (get.) H.L. Schoor. Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH ’s-Gravenhage) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen inzake het begrip kring van verzekerden. TM III. DÉCISION La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale), statue: confirme la décision attaquée. Par conséquent, décidée par M. le maître J.P.M. Zeijen en présence de le maître H.L. Schoor en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 16 septembre
  13. Les parties disposent d’un délai de six semaines à compter de la date d’envoi pour introduire un pourvoi en cassation contre cette décision devant la Cour de Cassation des Pays-Bas : Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, NL 2500 EH ’s-Gravenhage) au titre de la violation ou de la mauvaise application des dispositions concernant la notion de groupe d’assurés.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.