10/685 WAJONG Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [Appellant], wonende te [woonplaats] (appellant), tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen van 6 januari 2010, 09/158 (aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellant en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv). Datum uitspraak: 5 oktober 2011 I. PROCESVERLOOP Namens appellant heeft mr. S.T. Dieters, advocaat, hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft, gevoegd met het onderzoek in de zaken 10/3193 Wajong, 10/683 Wajong, 10/684 Wajong en 10/686 Wajong, plaatsgevonden op 24 augustus
- Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Dieters. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. D. de Jong. De Raad heeft de zaken na de sluiting van het onderzoek ter zitting gesplitst en zal in die zaken afzonderlijk uitspraak doen. II. OVERWEGINGEN 1.
- Bij besluit van 15 september 2008 heeft het Uwv appellant een boete opgelegd van € 258,50 wegens schending van de op hem rustende inlichtingenverplichting. 1.
- Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit. Het Uwv heeft dat bezwaar bij besluit van 20 januari 2009 ongegrond verklaard.
- Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 20 januari 2009 ongegrond verklaard.
- Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
- De Raad overweegt het volgende. 4.
- Het Uwv heeft ter zitting te kennen gegeven het besluit van 20 januari 2009 niet langer te handhaven. De aangevallen uitspraak, waarbij dat besluit in stand is gelaten, komt dan ook voor vernietiging in aanmerking. Doende wat de rechtbank zou behoren te doen, zal de Raad het beroep gegrond verklaren en het besluit van 20 januari 2009 vernietigen. Tevens zal de Raad het besluit van 15 september 2008 herroepen. 4.
- De Raad ziet aanleiding om het Uwv te veroordelen in de proceskosten van appellant. Deze kosten worden begroot op € 483,- in beroep en op € 437,- in hoger beroep. Tevens zal het Uwv de kosten die appellant redelijkerwijs in verband met de behandeling van het bezwaar heeft moeten maken dienen te vergoeden. Deze kosten worden bepaald op € 322,-. Bij de berekening is een wegingsfactor van 0,5 toegepast vanwege de inhoudelijke samenhang met andere zaken en het samenvallen van een aantal proceshandelingen. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep; Recht doende: Vernietigt de aangevallen uitspraak; Verklaart het beroep gegrond en vernietigt het besluit van 20 januari 2009; Herroept het besluit van 15 september 2008; Veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellant en de kosten die appellant in bezwaar heeft moeten maken tot een bedrag van in totaal € 1.242,-, te betalen aan de griffier van de Raad; Bepaalt dat het Uwv het door appellant in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 149,- vergoedt. Deze uitspraak is gedaan door H.G. Rottier als voorzitter en B.M. van Dun en F.J.L. Pennings als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van I.J. Penning als griffier, uitgesproken in het openbaar op 5 oktober
- (get.) H.G. Rottier. (get.) I.J. Penning. CVG