10/5793 AOW-V Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer U I T S P R A A K als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van: [Appellant], wonende te [woonplaats] (Marokko), (hierna: appellant), tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 9 september 2010, 09/4346 (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellant en de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb) Datum uitspraak: 1 november 2011 I. PROCESVERLOOP Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet van 4 februari 2011 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard. Tegen de uitspraak van de Raad van 4 februari 2011 heeft appellant verzet gedaan. Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 27 september 2011, waar partijen, de Svb met voorafgaand bericht, niet zijn verschenen. II. OVERWEGINGEN De uitspraak van de Raad van 4 februari 2011 berust op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht niet binnen de bij - aangetekend verzonden - brief van 3 december 2010 gestelde termijn van vier weken is bijgeschreven op de rekening van de Raad dan wel ter griffie is gestort, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest. De Raad ziet zich allereerst, ambtshalve, gesteld voor de vraag naar de ontvankelijkheid van het verzet. De laatste dag waarop tijdig een verzetschrift kon worden ingediend, was 18 maart
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.