11/2050 WAO Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [appellant], wonende te [woonplaats] (Marokko) (hierna: appellant), tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 23 februari 2011, 10/4542 (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellant en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv). Datum uitspraak: 23 december 2011 I. PROCESVERLOOP Appellant heeft hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 november
- Appellant is niet verschenen. Voor het Uwv is verschenen mr. J. Visch. II. OVERWEGINGEN
- Bij besluit van 15 januari 2010 heeft het Uwv het bezwaar gericht tegen het besluit van 23 oktober 2009, waarbij het Uwv geweigerd heeft terug te komen van een besluit van 20 augustus 2002, ongegrond verklaard. 2.
- Bij schrijven van 7 september 2010, door de rechtbank ontvangen op 21 september 2010 heeft appellant beroep ingesteld tegen het besluit van 15 januari
- 2.
- Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding. De rechtbank heeft hiertoe overwogen dat het besluit op 15 januari 2010 aan appellant is verzonden en dat de beroepstermijn dientengevolge is geëindigd op 26 februari
- Op 28 juni 2010 heeft het Uwv op verzoek van appellant hem een kopie van het besluit van 15 januari 2010 toegestuurd. Indien ervan uitgegaan zou worden dat appellant het besluit dat op 15 januari 2010 is verzonden niet heeft ontvangen en dat de beroepstermijn pas aangevangen zou zijn op 29 juni 2010 zou er nog sprake zijn van termijnoverschrijding. De beroepstermijn zou in dat geval eindigen op 9 augustus
- Het beroepschrift is eerst ter post bezorgd op 8 september 2010 en door de rechtbank ontvangen op 21 september
- Appellant heeft als reden voor de termijnoverschrijding aangevoerd dat hij ziek was en daarom niet in staat was tijdig een beroepschrift in te dienen. De rechtbank heeft geoordeeld dat dit geen reden is de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten. Appellant heeft niet met (medische) objectieve stukken aangetoond dat hij gedurende de gehele beroepstermijn niet in staat was tijdig een beroepschrift in te (laten) dienen, desnoods op nader aan te voeren gronden.
- Appellant is het niet eens met de niet-ontvankelijkverklaring van zijn beroep. In hoger beroep heeft hij aangevoerd dat hij griffierecht heeft betaald en dat hij te laat beroep heeft ingesteld bij de rechtbank omdat hij het besluit van 15 januari 2010 te laat ontving en door zijn ziekte pas later actie heeft ondernomen. Na ontvangst van een kopie van het besluit heeft hij alsnog beroep ingesteld.
- Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding als bedoeld in artikel 6:11 van de Algemene wet bestuursrecht. Ook voor de Raad is niet komen vast te staan dat appellant gedurende de gehele beroepstermijn in verband met zijn ziekte niet in staat is geweest om een - al dan niet voorlopig - beroepschrift in te (laten) dienen. Door appellant zijn ook in hoger beroep geen (medische) gegevens overgelegd waaruit zou kunnen blijken dat hem ter zake van de termijnoverschrijding geen verwijt treft.
- Uit hetgeen in 4 is overwogen volgt dat het hoger beroep niet kan slagen. De aangevallen uitspraak dient dan ook te worden bevestigd.
- De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep: Recht doende: Bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door T. Hoogenboom, in tegenwoordigheid van I.J. Penning als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 december
- (get.) T. Hoogenboom. (get.) I.J. Penning. EK III. DÉCISION La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale), statue: confirme la décision attaquée. Par conséquent, décidée par T. Hoogenboom en présence de I.J. Penning en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 23 décembre 2011.