11/1171 WUV Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer U I T S P R A A K in het geding tussen: [appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante), en de Raad van Bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: verweerder) Datum uitspraak: 12 januari 2012 I. PROCESVERLOOP In verband met een wijziging van taken, zoals neergelegd in de Wet uitvoering wetten voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen (Wet van 15 april 2010, Stb. 2010, 182), is de Raad van Bestuur van de Sociale verzekeringsbank in de plaats getreden van de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad (PUR). Waar in deze uitspraak wordt gesproken van verweerder wordt daaronder in voorkomend geval (mede) verstaan de - voormalige - Raadskamer WUV van de PUR. Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 31 januari 2011, kenmerk BZ01271822, BZ01 WUV 000526 (hierna: bestreden besluit). Dit betreft de toepassing van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940 1945 (Wuv). Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 1 december
- Appellante is niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A. Marijnissen, werkzaam bij de Sociale verzekeringsbank. II. OVERWEGINGEN
- Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden. 1.
- Appellante, geboren in 1939, is in 1976 erkend als vervolgde in de zin van de Wuv wegens haar verblijf in een interneringskamp gedurende de Japanse bezetting. Verweerder heeft voor zover hier van belang aanvaard dat haar nerveuze klachten in verband staan met de door haar ondergane vervolging. Voor onder meer haar maag en darmklachten is zo'n verband niet aangenomen. 1.
- In oktober 2010 heeft appellante verzocht om vergoeding van de niet-gedekte kosten van een dieet in verband met haar spastische darmklachten. Bij besluit van 30 november 2010, na bezwaar gehandhaafd bij het bestreden besluit, heeft verweerder deze aanvraag afgewezen.
- Naar aanleiding van hetgeen in beroep is aangevoerd, overweegt de Raad als volgt. 2.
- Verweerder heeft de aanvraag van appellante afgewezen op de grond dat het dieet waarvoor vergoeding wordt gevraagd niet in verband staat met de vervolging. Deze beslissing is door verweerder gebaseerd op een medisch advies van zijn geneeskundig adviseur, de arts A.J. Maas. Daarin staat dat het dieet verband houdt met de darmklachten, die niet als causaal kunnen worden geduid. 2.
- In bezwaar heeft appellante aangevoerd dat zij al 57 jaar lang last heeft van haar darmen. De klachten zijn op 14 jarige leeftijd begonnen en het is haar duidelijk geworden dat het gaat om het Prikkelbare Darm Syndroom (PDS). Dit moet wel zijn te wijten aan de kampperiode. In de hele familie komt PDS verder niet voor, aldus appellante. 2.
- Verweerder heeft het bezwaar om advies voorgelegd aan een andere geneeskundig adviseur, de arts G.L.G. Kho. Deze heeft het advies van Maas onderschreven. Hij heeft daarbij aangegeven dat de spastische-darmklachten pas in 1953/1954 zijn begonnen en dat een duidelijke rode draad vanaf de oorlog ontbreekt. De aanvraag voor dieetkosten staat daarom volgens Kho niet in verband met causale ziekten of gebreken. 2.
- De Raad acht het bestreden besluit op grond van deze advisering deugdelijk voorbereid en gemotiveerd. In de beschikbare medische gegevens heeft de Raad geen aanknopingspunten gevonden om te twijfelen aan de juistheid van het standpunt dat verweerder, in het voetspoor van zijn geneeskundig adviseurs, heeft ingenomen. Appellante heeft geen medisch rapport overgelegd dat haar andersluidende opvatting ondersteunt. 2.
- Het beroep moet dus ongegrond worden verklaard.
- Voor een proceskostenveroordeling met toepassing van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht bestaat geen aanleiding. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep; Recht doende: Verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door R. Kooper, in tegenwoordigheid van B. Bekkers als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 12 januari
- (get.) R. Kooper. (get.) B. Bekkers. RB