← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2012:BV1427

11/1889 ANW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [Appellante], wonende te Turkije (hierna: appellante), tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 10 maart 2011, 10/3864 (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellante en de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb). Datum uitspraak: 20 januari 2012 I. PROCESVERLOOP Appellante heeft hoger beroep ingesteld. De Svb heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 december

  1. Appellante is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. N. Zuidersma. II. OVERWEGINGEN 1.
  2. Bij besluit van 7 februari 2008 heeft de Svb aan appellante geweigerd een uitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet (ANW) toe te kennen. 1.
  3. Bij brief van 16 april 2010 heeft appellante een bezwaarschrift ingediend tegen het voornoemd besluit. 1.
  4. Op de vraag van de Svb op 28 mei 2010 waarom het bezwaar te laat is ingediend heeft appellante niet gereageerd. 1.
  5. Bij beslissing op bezwaar van 21 juli 2010 (bestreden besluit) heeft de Svb het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard, aangezien het bezwaar te laat is ingediend en appellante niet heeft gereageerd op de vraag naar de reden van termijnoverschrijding.
  6. De rechtbank heeft het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
  7. In hoger beroep heeft appellante inhoudelijke gronden aangevoerd ten aanzien van het besluit van 7 februari 2008 en heeft zij medische stukken overgelegd.
  8. De Raad overweegt het volgende. 4.
  9. Tussen partijen is niet in geschil dat het in 1.2 vermelde bezwaarschrift van appellante niet tijdig is ingediend. Tussen partijen is slechts in geschil de vraag of de overschrijding van de bezwaartermijn van 6 weken ingevolge artikel 6:11 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verschoonbaar is. 4.
  10. De Raad is van oordeel dat uit de overgelegde medische stukken niet is gebleken dat appellante gedurende de bezwaarperiode niet in staat is geweest een (voorlopig) bezwaarschrift in te kunnen (laten) dienen. Hetgeen appellante overigens heeft aangevoerd levert geen omstandigheden op die ertoe leiden de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten met toepassing van artikel 6:11 van de Awb. 4.
  11. Uit de overwegingen 4.1 en 4.2 vloeit voort dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
  12. De Raad acht geen termen aanwezig toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb inzake een vergoeding van proceskosten. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep, Recht doende: Bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door C.W.J. Schoor, in tegenwoordigheid van G.J. van Gendt als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 januari
  13. (get.) C.W.J. Schoor. (get.) G.J. van Gendt. KR III. KARAR Temyiz Mahkemesi; Geregini düsündükten sonra, Temyiz edilen karar onaylar. isbu karar, kâtibin G.J. van Gendt huzurunda, baskan mr C.W.J. Schoor tarafindan verilip 20.01.2012 tarihinde açikça okunmustur.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.