← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2012:BV2688

11/849 WAO Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante), tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 23 december 2010, 09/5511 (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellant en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv). Datum uitspraak: 2 februari 2012 I. PROCESVERLOOP Namens appellante heeft mr. R.A. van Heijningen, advocaat, hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend met als bijlagen een rapport van een bezwaarverzekeringsarts van 25 februari 2011 en een rapport van een bezwaararbeidsdeskundige van 4 maart

  1. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 22 december
  2. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. Van Heijningen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door A. Anandbahadoer. II. OVERWEGINGEN
  3. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank ongegrond verklaard het beroep van appellante tegen het besluit van 6 november 2009, waarbij het Uwv, beslissend op bezwaar, heeft gehandhaafd zijn besluit van 2 juli
  4. Bij dat besluit heeft het Uwv de uitkering van appellante ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering met ingang van 3 september 2009 herzien naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%.
  5. Appellante heeft in hoger beroep verwezen naar de door haar in bezwaar en beroep aangevoerde gronden. Andere gronden heeft zij niet ingediend. Appellante heeft deze gronden ook niet anders onderbouwd dan in bezwaar en beroep.
  6. Naar het oordeel van de Raad heeft de rechtbank de bij haar ingediende beroepsgronden op juiste wijze in de aangevallen uitspraak weergegeven. De rechtbank heeft deze gronden beoordeeld en gemotiveerd waarom deze gronden niet slagen. 4.
  7. Naar het oordeel van de Raad heeft de rechtbank dit met juistheid gedaan. De Raad heeft aan deze beoordeling van de gronden door de rechtbank niets toe te voegen. 4.
  8. Ter zitting van de Raad heeft appellante aangegeven zich met name niet te kunnen verenigen met het oordeel van de rechtbank over gevolgen van de gestelde spierverstijving voor de belastbaarheid van appellante. Zoals hiervoor in 4.1 reeds overwogen, onderschrijft de Raad ook op dit punt het - in 2.3 van de aangevallen uitspraak gegeven - oordeel van de rechtbank. De Raad voegt daaraan toe dat in de in hoger beroep door het Uwv ingediende rapporten, hiervoor vermeld in rubriek I van deze uitspraak, nogmaals (aanvullend) is gemotiveerd dat en waarom deze klacht niet tot een ander besluit over de mate van arbeidsongeschiktheid van appellante per 3 september 2009 leidt. 4.
  9. Uit 3 tot en met 4.2 volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
  10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep, Recht doende: Bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door J.P.M. Zeijen, in tegenwoordigheid van Z. Karekezi als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 februari
  11. (get.) J.P.M. Zeijen. (get.) Z. Karekezi. KR

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.