09/6784 WAZ 11/6998 WAZ Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer P R O C E S – V E R B A A L van de mondelinge uitspraak op 1 februari 2012 Zitting heeft: H.G. Rottier Griffier: N.S.A. El Hana Uitspraak op het hoger beroep van [appellante], wonende te [woonplaats] (appellante), tegen de uitspraak van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 20 november 2009, 08/1306 (aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellante en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) Ter zitting zijn verschenen: R. Bentum, gemachtigde van appellante Drs. H. ten Brinke, gemachtigde van het Uwv De Centrale Raad van Beroep; Recht doende: Vernietigt de aangevallen uitspraak; Verklaart het beroep tegen het besluit van 10 juli 2008 gegrond en vernietigt dat besluit; Verklaart het beroep tegen het besluit van 25 november 2011 gegrond en vernietigt dat besluit voor zover daarbij de kosten in verband met medische en arbeidskundige bijstand niet zijn vergoed; Veroordeelt het Uwv in de kosten van appellante tot een bedrag van in totaal € 2.917,45; Bepaalt dat het Uwv het door appellante in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 149,- vergoedt. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen: Nu appellante door het Uwv per 18 maart 2008 ongewijzigd volledig arbeidsongeschikt wordt geacht en haar uitkering per die datum ongewijzigd wordt voortgezet naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, heeft appellante geen belang meer bij een oordeel in hoger beroep over de vaststelling van de medische belastbaarheid van appellante. Er is pas sprake is van voldoende procesbelang indien het resultaat dat met het hoger beroep wordt nagestreefd ook daadwerkelijk kan worden bereikt en het realiseren van dat resultaat voor de indiener feitelijke betekenis kan hebben. Een oordeel van de Raad over de in hoger beroep aangevoerde gronden kan voor appellante geen feitelijke betekenis hebben per de in geding zijnde datum van 18 maart 2008, nu zij per die datum wederom een uitkering, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, ontvangt. Ten aanzien van dit aspect heeft appellante dan ook geen zelfstandig belang bij de beoordeling van haar hoger beroep. Appellante heeft nog wel belang voor zover het hoger beroep ziet op de omstandigheid dat bij het besluit van 25 november 2011 niet alle door appellante verzochte kosten van bezwaar zijn vergoed. Ter zitting heeft de Raad de voor vergoeding in aanmerking komende kosten in bezwaar, beroep en hoger beroep vastgesteld op een bedrag van € 2.917,45, met welke vaststelling de gemachtigde van appellante ter zitting heeft ingestemd. Waarvan proces-verbaal de griffier de voorzitter getekend getekend Voor eensluidend afschrift de griffier van de Centrale Raad van Beroep TM
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.