10/4241 ZW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [appellant], wonende te [woonplaats] (appellant), tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 18 juni 2010, 09/5160 (aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellant en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv). Datum uitspraak: 29 februari 2012 I. PROCESVERLOOP Namens appellant heeft mr. F. Verkerk, advocaat, hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 februari
- Appellant is met kennisgeving niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A.J.G. Lindeman. II. OVERWEGINGEN
- Appellant is in loondienst werkzaam geweest bij [naam werkgever], te [vestigingsplaats]. Hij is op 5 december 2008 ontslagen en heeft zich per 10 maart 2009 na een ongeval waarbij hij een sleutelbeen heeft gebroken, bij het Uwv ziekgemeld. 2.
- Bij besluit van 3 juni 2009 is aan appellant meegedeeld dat de aanvraag om ziekengeld niet verder in behandeling werd genomen, omdat de gevraagde gegevens niet waren verstrekt. 2.
- Bij besluit van 15 juli 2009 is aan appellant meegedeeld dat hij vanaf 10 maart 2009 geen recht had op ziekengeld omdat hij meer dan een maand na het einde van de verzekering ingevolge de Ziektewet (ZW) ziek was geworden.
- Bij besluit van 30 september 2009 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellant tegen beide voormelde besluiten ongegrond verklaard. 4.
- De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit niet-ontvankelijk verklaard, voorzover dit ziet op het buiten behandeling stellen van de aanvraag. 4.
- De rechtbank heeft het beroep voor het overige ongegrond verklaard. Daarbij is overwogen dat van ongeschiktheid tot werken tijdens het dienstverband onvoldoende is gebleken, zodat het Uwv terecht is uitgegaan van de ziekmelding per 10 maart
- Op deze datum was het dienstverband van appellant ruim drie maanden geëindigd, zodat appellant aan het bepaalde in artikel 46 van de ZW geen aanspraak op ziekengeld kon ontlenen.
- Het hoger beroep is gericht tegen het onder 4.2 vermelde oordeel van de rechtbank.
- De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank en de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen. Dat appellant in juni 2008 van een steiger is gevallen, neemt niet weg dat hij het werk daarna – zoals in bezwaar is erkend – heeft hervat en dat per 10 maart 2009 sprake was van een nieuw ziektegeval. Van een eerdere ziekmelding dan die per 10 maart 2009 is niet gebleken. Gelet op artikel 46 van de ZW, zoals dit ten tijde in geding luidde, is aan appellant met ingang van die datum terecht geen ziekengeld toegekend.
- Uit hetgeen onder 6 is overwogen volgt dat de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, moet worden bevestigd.
- De Raad acht geen gronden aanwezig voor een proceskostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep, Recht doende: Bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst, in tegenwoordigheid van K.E. Haan als griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 29 februari
- (get.) Ch. van Voorst. (get.) K.E. Haan. TM