09/5929 WWB 12/2264 WWB Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van 17 september 2009, 08/2552 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellant] te [woonplaats] (appellant) het bestuur van de Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid Noardwest Fryslân (bestuur) Datum uitspraak 15 mei
- PROCESVERLOOP Namens appellant heeft mr. G.J.P.M. Grijmans, advocaat te Bolsward, hoger beroep ingesteld. Het bestuur heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 november
- Appellant is, zoals tevoren bericht, niet verschenen. Het bestuur heeft zich laten vertegenwoordigen door F.B. Visser. Na een tussenuitspraak van de Raad van 17 januari 2012, LJN BV1248, heeft het bestuur op 7 februari 2012 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen. Appellant heeft meegedeeld geen zienswijze naar voren te brengen. Met toepassing van artikel 8:57, tweede lid, aanhef en onder c van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), gelezen in verbinding met artikel 21, eerste en zesde lid, van de Beroepswet, is afgezien van een nader onderzoek ter zitting. Vervolgens heeft de Raad het onderzoek gesloten. OVERWEGINGEN
- De Raad verwijst naar zijn tussenuitspraak van 17 januari 2012 voor een uiteenzetting van de feiten waarvan hij uitgaat bij zijn oordeelsvorming. Hieraan voegt de Raad het volgende toe.
- Het bestuur heeft bij zijn besluit van 7 februari 2012 (nadere besluit) het besluit op bezwaar van 24 september 2008 gewijzigd door het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren en de datum van intrekking van bijstand vast te stellen op 9 juni
- Nu met het nadere besluit niet geheel is tegemoetgekomen aan de bezwaren van appellant, strekt het geding in hoger beroep zich, gelet op de artikelen 6:18, 6:19, eerste lid, en 6:24 van de Awb, mede uit tot dit nadere besluit.
- Appellant heeft geen gronden tegen het nadere besluit aangevoerd. Het bestuur heeft op juiste wijze uitvoering gegevens aan de tussenuitspraak, zodat het beroep tegen het nadere besluit ongegrond moet worden verklaard.
- Hetgeen in de tussenuitspraak en in deze uitspraak is overwogen leidt tot de hieronder vermelde beslissing.
- Aanleiding bestaat om het bestuur te veroordelen in de proceskosten van appellant. Deze kosten worden begroot op € 644,-- in beroep en € 437,-- in hoger beroep, voor verleende rechtsbijstand, derhalve in totaal € 1.081,--. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep - vernietigt de aangevallen uitspraak; - verklaart het beroep tegen het besluit van 24 september 2008 gegrond en vernietigt dat besluit voor zover het betrekking heeft op de datum van intrekking van de bijstand; - verklaart het beroep tegen het besluit van 7 februari 2012 ongegrond; - veroordeelt het bestuur in de proceskosten van appellant tot een bedrag van € 1.081,--, te betalen aan de griffier van de Raad; - bepaalt dat het bestuur aan appellant het in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 149,-- vergoedt. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.C.F. Talman, in tegenwoordigheid van J. de Jong als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 15 mei
- (get.) J.C.F. Talman. (get.) J. de Jong. HD