11/582 ANW-V Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 19 november 2010, 10/1077 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellante] te [woonplaats], Marokko (appellante) de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb) Datum uitspraak 25 mei
- PROCESVERLOOP Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet van 16 september 2011 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard. Tegen de uitspraak van de Raad van 16 september 2011 heeft appellante verzet gedaan. Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 16 april 2012, waar partijen - de Svb met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen. OVERWEGINGEN De uitspraak van de Raad van 16 september 2011 berust op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht niet binnen de bij - aangetekend verzonden - brief van 27 mei 2011 gestelde (laatste) termijn van twaalf weken is bijgeschreven op de rekening van de Raad dan wel ter griffie is gestort, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest. Vaststaat dat het griffierecht niet is betaald. In het verzetschrift heeft appellante geen verklaring gegeven voor het feit dat zij het griffierecht niet heeft betaald. Appellante heeft - slechts - aangegeven dat zij meent recht te hebben op een pensioen. De Raad heeft appellante bij brief van 14 oktober 2011 in de gelegenheid gesteld de gronden van het verzet in te dienen. Bij - aangetekend verzonden - brief van 14 november 2011 is appellante nogmaals in de gelegenheid gesteld de gronden in te dienen. Daarbij is erop gewezen dat zij er rekening mee moet houden dat het verzet niet-ontvankelijk wordt verklaard, indien de gronden niet tijdig worden ingediend. Appellante heeft bij brief van 28 november 2011 geantwoord dat zij in aanmerking wil komen voor een pensioen. De Raad kan niet anders dan concluderen dat appellante in verzet geen gronden heeft aangevoerd, zodat het verzet niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet ziet de Raad geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 25 mei
- (get.) T.G.M. Simons (get.) D.W.M. Kaldenhoven TM DÉCISION La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale) déclare l' opposition contre la présente décision interjeté non-recevable. Par conséquent, décidée par T.G.M. Simons en présence de D.W.M. Kaldenhoven en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 25 mai 2012.