← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2012:BW7761

11/7124 WIA Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Middelburg van 3 november 2011, 11/493 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellante] te [woonplaats] (appellante) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) Datum uitspraak 7 juni

  1. PROCESVERLOOP Namens appellante heeft mr. F.A. van den Berg, advocaat, hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 april
  2. Appellante heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde en het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.W.L. Clemens. OVERWEGINGEN 1.
  3. Bij besluit van 27 december 2010 heeft het Uwv geweigerd appellante per 31 januari 2011 in aanmerking te brengen voor een uitkering ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). 1.
  4. Bij besluit van 18 mei 2011 is het bezwaar ongegrond verklaard.
  5. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard. Hiertoe heeft de rechtbank overwogen dat - kort samengevat - het onderzoek naar de beperkingen van appellante voldoende uitgebreid en zorgvuldig is geweest. Er is geen aanleiding om meer beperkingen aan te nemen. Appellante is terecht geschikt geacht voor haar eigen werk nu de belasting van dat werk haar belastbaarheid niet overschrijdt. 3.
  6. In hoger beroep heeft appellante haar standpunt dat ze meer beperkt is dan is aangenomen, herhaald. Door haar beperkingen is ze niet in staat arbeid te verrichten. Appellante heeft in hoger beroep een brief van 21 februari 2012 afkomstig van haar behandelend psychiater ingestuurd. Daaruit blijkt dat appellante bij deze psychiater sinds mei 2011 onder behandeling is voor langer bestaande angstklachten. 3.
  7. De Raad overweegt als volgt. 3.
  8. Appellante heeft in hoger beroep gronden aangevoerd die ook reeds in beroep zijn aangevoerd en door de rechtbank zijn besproken. Appellante heeft in hoger beroep deze gronden herhaald en niet aangegeven waarom naar haar opvatting het oordeel van de rechtbank onjuist is. Naar het oordeel van de Raad heeft de rechtbank de in hoger beroep herhaalde gronden op juiste wijze besproken en op juiste wijze gemotiveerd waarom die gronden niet slagen. De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank. 3.
  9. De in hoger beroep ingebrachte informatie van de psychiater werpt geen ander licht op de zaak. De angststoornissen die in die brief zijn benoemd zijn bij het Uwv bekend en daarmee is rekening gehouden. Bovendien zegt de brief niets over de situatie van appellante ten tijde van de datum in geding (31 januari 2011). De Raad verwijst naar het rapport van de bezwaarverzekeringsarts van 9 maart
  10. 3.
  11. De Raad ziet voorts, zoals ter zitting is aangegeven, geen reden om een deskundige te raadplegen. 4.
  12. Gelet op het hetgeen is overwogen in 3.3 en 3.4 treft het hoger beroep geen doel. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd. 4.
  13. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen, in tegenwoordigheid van Z. Karekezi, als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 7 juni
  14. (get.) I.M.J. Hilhorst-Hagen. (get.) Z. Karekezi. KR

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.