11/6521 WWB Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 20 september 2011, 11/3302 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellant] te [woonplaats] (appellant) het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (college) Datum uitspraak: 30 mei 2012 PROCESVERLOOP Namens appellant heeft mr. J. Ruijs, advocaat, hoger beroep ingesteld. Het college heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 april
- Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Ruijs. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. I. van Kesteren. OVERWEGINGEN 1.
- De Raad gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden. 1.
- Bij besluit van 29 april 2011, in bezwaar gehandhaafd bij besluit van 24 juni 2011 (bestreden besluit), heeft het college de aanvraag om bijstand van appellant van 13 april 2011 afgewezen. De besluitvorming berust op de overweging dat appellant de op hem rustende inlichtingenverplichting heeft geschonden, omdat hij niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij woont op het door hem opgegeven adres [adres] te Amsterdam.
- Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
- In hoger beroep heeft appellant het oordeel van de rechtbank bestreden en aangevoerd dat hij wel aannemelijk heeft gemaakt dat hij op het adres [adres] te Amsterdam woonde.
- De Raad komt tot de volgende beoordeling. 4.
- De hier te beoordelen periode loopt van 13 april 2011 tot en met 29 april
- 4.
- Bij aanvragen om bijstand rust de bewijslast van de bijstandbehoevendheid in beginsel op de aanvrager. De vraag waar iemand zijn woonadres heeft is van essentieel belang voor de verlening van bijstand en dient te worden beantwoord aan de hand van concrete feiten en omstandigheden. Anders dan appellant heeft aangevoerd toetst de bestuursrechter ten volle of appellant aannemelijk heeft gemaakt dat hij in de hier van belang zijnde periode op het opgegeven adres woonde. 4.
- Appellant heeft op 26 april 2011 tegenover de handhavingspecialist verklaard dat hij niet beschikt over een eigen kamer. Hij heeft ook geen sleutel van de woning en moet de hoofdbewoner bellen als hij naar binnen wil. Hij verblijft drie dagen per week op het adres; de rest van de dagen slaapt hij bij vrienden. Hij neemt zijn post altijd mee. Appellant heeft deze verklaring ondertekend. Tijdens een huisbezoek op 26 april 2011 is geconstateerd dat er in de woning, behoudens een trainingsbroek en een overhemd in een sporttas, geen kleding of persoonlijke verzorgingsartikelen van appellant in de woning aanwezig waren. Appellant heeft dan ook niet aannemelijk gemaakt dat hij in de periode hier van belang feitelijk op het door hem opgegeven adres woonde. Aldus heeft hij de op hem rustende wettelijke inlichtingenplicht geschonden, waardoor het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld. 4.
- De verklaring van appellant tijdens de hoorzitting op 20 juni 2011, dat hij wel beschikt over een eigen kamer en de in hoger beroep overgelegde verklaring van de hoofdbewoner van het adres, dat appellant vanaf het begin van de tweede week van april 2011 over een sleutel van de woning beschikte, leiden de Raad niet tot een ander oordeel. Deze, latere, verklaringen zijn tegenstrijdig aan de verklaring van appellant van 26 april
- De Raad ziet geen aanleiding om af te wijken van de vaste rechtspraak (zie bijvoorbeeld CRvB 12 januari 2010, LJN BL0359) dat, indien achteraf van een verklaring wordt teruggekomen, in het algemeen mag worden uitgegaan van de juistheid van de aanvankelijk tegenover een handhavingspecialist afgelegde en ondertekende verklaring. 4.
- Uit wat hiervoor is overwogen volgt dat de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, moet worden bevestigd.
- Voor een veroordeling in de proceskosten ziet de Raad geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door J.N.A. Bootsma, in tegenwoordigheid van B. Bekkers als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 30 mei
- (get.) J.N.A. Bootsma. (get.) B. Bekkers. HD