← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2012:BW8113

10/974 ZW + 10/975 ZW + 10/976 ZW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 31 december 2009, 08/5677, 08/5696 en 08/5697 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellant], gevestigd te [vestigingsplaats] (appellant) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) Datum uitspraak: 13 juni 2012 PROCESVERLOOP Namens appellant heeft mr. B.L.G.M. van Gemert, advocaat, hoger beroep ingesteld. De Raad heeft bij tussenuitspraak van 25 januari 2012 het Uwv opgedragen het gebrek in de bestreden besluiten te herstellen. Het Uwv heeft op 7 maart 2012 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen. Bij brief van 19 maart 2012 is namens appellant verzocht om vergoeding van de gemaakte kosten. Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten. OVERWEGINGEN Met de nieuwe beslissing op bezwaar van 7 maart 2012 heeft het Uwv opnieuw op het bezwaar van appellant beslist. Appellant heeft de Raad bericht dat hij zich met de nieuwe beslissing op bezwaar van 7 maart 2012 kan verenigen en verzocht om vergoeding van de gemaakte kosten. Nu er tussen partijen geen door de Raad te beslechten inhoudelijk geschil meer bestaat, moet het hoger beroep niet-ontvankelijk worden verklaard wegens het ontbreken van procesbelang. De Raad ziet aanleiding om op grond van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht het Uwv te veroordelen in de proceskosten die appellant in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 644,--,- voor verleende rechtsbijstand in beroep en € 874,-- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep, in totaal € 1.518,--. In artikel 7:15, tweede en derde lid, van de Awb is bepaald dat de kosten die een belanghebbende in verband met de behandeling van het bezwaar redelijkerwijs heeft moeten maken door het bestuursorgaan bij herroeping van een bestreden besluit op verzoek van de belanghebbende worden vergoed als het verzoek daartoe is gedaan voordat het bestuursorgaan op het bezwaar heeft beslist. Omdat appellant hangende de bezwaarprocedure geen verzoek om vergoeding van de bezwaarkosten heeft gedaan, komen die kosten niet voor vergoeding in aanmerking. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep: -verklaart het hoger beroep niet ontvankelijk, -veroordeelt het Uwv in de kosten van appellant tot een bedrag van € 1.518,--, -bepaalt dat het Uwv het door appellant in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 735,-- vergoedt. Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst, in tegenwoordigheid van A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 juni 2012. (get.) Ch. van Voorst (get.) A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen TM

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.